Hoofdstuk 1. Levenservaringen van Anton Doove.

Mijn naam is Anton Doove en ben in Den Haag geboren op 24-11-1939. 
Er is mij verteld dat ik geboren ben in de Lijnckertstraat op nummer 39.
Dit is een zijstraat van de Gaslaan die begint bij de loosduinseweg.

Deze foto toont de Lijnckertstraat 39 waar ik ben geboren.

Op de arm van Oma Doove-Putters. Mijn vader staat bij de open deur.

Ook is mij verteld dat 1939 het jaar was van mobilisatie voor mannen om onder de wapenen te komen wegens oorlogsdreiging door Duitsers.   

Hiernaast ziet u mijn opa Bernardus Lambertus Doove en zijn vrouw
Margaretha Johanna Maria Putters Doove. Zij waren de ouders van mijn vader.
Van Opa Doove heb ik helaas geen foto uit de tijd voordat hij overleed in 1960 te Hakedahl in Duitsland.

Mijn vader overleed na die oorlog in 1974 op de leeftijd van 58 jaar.In 1977 overleed mijn moeder. Zij werd 65 jaar.
Voor zijn werk als magazijnmeester ging hij netjes gekleed in een kostuum.
Hij werkte bij een bedrijf in automaterialen..Ik weet niet meer welke kleur zijn kostuum had.
Dat is voor mij te lang geleden en ik lette er ook nooit op toen ik nog een kind was.
Mijn vader had veel tijd voor mij en ik was zijn eerste zoon.
Hij speelde wel  spelletjes met mij zoals monopolie of ganzenbord om het mij te leren.
Als hij wilde fietsen zat ik op de bagagedrager.
Zelf kon ik toen nog niet fietsen,want ik had geen evenwichtsgevoel,dus dat werd vallen.
Vader ging ook wel met mij naar de bioscoop als er een lachfilm was zoals Laurel en Hardy.
Ook zag ik toen de documentaire “Glas” van Bert Haanstra. Dat was leerzaam.
De relatie met mijn vader was prima ondanks toch wel eens wat ruzies.
Mijn vader was altijd aanspreekbaar en ik kon hem altijd wat vragen en raad vragen.
Ik hoefde nooit om hulp te vragen, dat deed hij uit zichzelf,want hij hield mij in de gaten.
Vader was niet afstandelijk. Wel soms kortaf. Hij was wel vaak bezig met andere dingen diezijn aandacht vroegen.
Dat werd dan door mijn moeder gevraagd. Mijn moeder ging eenvoudig en netjes gekleed.
Voor zover ik het begreep had moeder maling aan modegrillen. Daarmee was zij niet opgevoed.
Moeder had alle tijd voor mij en wou mij het liefst “in de watten” leggen wat vader overdreven vond.
Moeder ging graag met mij uit wandelen.Dat was naar het Haagse Bos.
Daar kon ik in de herfst de eikeltjes en kastanjes rapen. Daarmee kon ik thuis fijn spelen als kind.
Zij las mij ook veel voor uit diverse prentenboekjes. Ik mocht haar helpen met boodschappen.
De relatie met moeder was zeer intiem met veel knuffelen. Dat deed moeder heel graag.
Mijn moeder aanspreken was erg makkelijk.Ik kon haar altijd vragen stellen en zij hielp direct zonder te vragen.
Zij hield mij in de gaten. Dat kwam doordat ik medisch niet helemaal in
orde bleek te zijn. Meer hierover in hoofdstuk 24 “Herinnering aan Opa van Graafeiland”
Moeder was het tegendeel van afstandelijk. Ik heb haar ervaren als aanhankelijk.
Moeder was beslist niet kortaf en wel ook bezig met andere dingen als huishouding.
Ook zelf eten klaarmaken was haar hobby. Mijn ouders blijf ik missen ook al ben ik nu 80.
Zij kunnen mij dus niets meer vertellen over die oorlogsperiode.
Ik vroeg het toen aan de jongste zus van mijn moeder,die toen nog wel leefde maar overleed op 14-01-2013.
Zij was toen 91 jaar. Helaas kan zij mij dus ook niets meer vertellen over mijn jeugdperiode.
Dan heb ik het over de periode van 1939-1948,want vanaf 1948 begon mijn schoolperiode van het Lager Onderwijs,zoals dat toen heette.
Voordat mijn ouders overleden hebben zij mij wel veel verteld over die oorlogsperiode en daarna over mijn Lager onderwijs.
Op 24-11-1939 werd ik geboren met een schildklierafwijking en vernam pas in 1983 van de internist dat mijn schildklier nooit heeft gewerkt.
Dit bleek zo te zijn sinds mijn geboorte en zorgt voor trage handelingen zodat het lijkt op een slow motion film.
Tot 2 of 3x volgde opname in het Juliana Kinderziekenhuis dat destijds lag aan de Dr.van Welylaan bij de Laan van Poot.
In die tijd was Dokter Diecke de Geneesheer-directeur en kinder-artsen waren vrouwen die ik kende als Dr.Schouten en Dr Vogelenzang.
Deze 3 artsen zijn al overleden en hebben mijn opgroeien niet kunnen meemaken,want op de tiener leeftijd was ik te oud voor dat ziekenhuis.
Ik weet het niet meer zeker,maar ik dacht dat ik naar school kon toen ik 9 jaar was,dus later dan gewenst volgens de toen geldende leerplicht.
Mijn 4 jaar jongere broer werd met mij opgenomen in het ziekenhuis nadat er werd ontdekt dat er iets mis was met onze gezondheid. Het ziekenhuis lag bij Scheveningen en bereikbaar met tramlijn 12.
Mijn schildklierafwijking werd jaren later gecontroleerd in het toenmalige Westeinde ziekenhuis,waar ik veel internisten leerde kennen.
Hiervan herinner ik mij nog dat de eerste internist was Dr.Stuijt die minister van Gezondheid werd in het kabinet Den Uijl.
Als laatste internist kreeg ik een zekere Dr.Buurke in 1983.
Hij vertelde mij,dat de medische wetenschap er toen pas achter kwam,dat mijn schildklier vanaf mijn geboorte nooit heeft gewerkt. De medicijnen zoals poeders en later nog tyranon-tabletten zorgden ervoor dat het niet erger werd.          Later in het Langeland Ziekenhuis te Zoetermeer werd het Tyrax wat ik beschrijf in het boek met de titel:
“Levens ervaringen van Anna en Anton Doove”.   

      Hoofdstuk 2. De Waalse school in Den Haag.
Die school voor Lager Onderwijs behoorde bij de Waalse Gemeente in Den Haag en het heette “L Ecole Wallonne”.
Het behoorde bij de Waalse Kerk in het Noordeinde met pasteurs Forget en de Watteville als predikanten.
In de hogere klassen werd reeds de Franse taal gedoceerd,hetgeen naar mijn herinnering in de 3e klas al begon.
Toen ik voor het eerst naar school ging was Mijnheer ten Kate het schoolhoofd en werd opgevolgd door Mijnheer Blom.
Dat vertelde mijn ouders mij.
Daarna werd Mijnheer de Witt het schoolhoofd en die eerste 2 heb ik niet bewust meegemaakt vanwege hun korte periode als schoolhoofd.
De Waalse school was destijds gevestigd aan de Oranje Buitensingel,tegenover het toenmalige gebouw van Kunsten en Wetenschappen.
Ik kreeg eerst Mejuffrouw van de Ros en Mejuffrouw.van der Laan als onderwijzeres.
Daarna kreeg ik in klas 3 Mijnheer van Oosten en in klas 4 werd dat Mijnheer Vredeveld.
Later kreeg ik in de klassen 5 en 6 het schoolhoofd die zelf onderwijs gaf.
Als extra leerkracht hielp de Gymleraar Mijnheer Bos mij met de rekentafels toen mijn leraar uitviel door ziekte.
Dat kan ik nooit vergeten.                                                                                   

Anton alsschoolkind.

De gymleraar sprak er ook over met mijn ouders die er blij mee waren.
Ik was er zelf ook blij mee,want deze gymleraar was vriendelijk.                                  
Nu ik in november 2016,hopelijk 77 jaar mag worden,waardeer ik hem nog steeds voor zijn invalhulp,welke ik destijds heel hard nodig had.
Daarnaast hielp klasgenootje Marietje van Gulick mij met de tafel van 5.
Zij toonde mij hoe ik aan de juiste antwoorden kwam,wat ik lief vond van haar,want zij en haar broer Frits konden gelukkig beter leren dan ik.
Hun moeder was zelf ook lerares en hielp ook op die school waar zij datvriendelijk en begripvol deed met bijles aan mijn jongere broer.
Ik kan ze nooit vergeten evenals alle jaren die ik op deze school mocht beleven na de ziekenhuisperioden.
Daardoor raakte wel achter met verder leren.

                   Zingen met schoolkoor in de Waalse kerk.

Vervolgens beleefde ik veel plezier door te zingen met het schoolkoor in de Waalse kerk,waarbij Dhr.van Oosten het kerk-orgel bespeelde.
Het schoolhoofd dirigeerde ons toen wij Franstalig en 4-stemmig zongen en bij het kerk-orgel stonden.
Zelf vond en vind ik dat een fijne ervaring.

                               Mijn genoten bijlessen.
                   
Diezelfde leraar kon ook boeiend vertellen over de natuur,waarbij hij een grote kleurplaat in de klas ophing voor het schoolbord.
Hij noemde mij altijd Tobias,waarbij hij vrolijk grijnsde en gaf mij bijles in rekenen na schooltijd in overleg met mijn ouders en het schoolhoofd.
Het rekenen was altijd mijn zwaktepunt en dat is altijd zo gebleven met vooral het hoofdrekenen,waar ik altijd en nu nog over struikel.
Dat beken ik graag en eerlijk.Anders hou ik mijzelf voor de gek.    
Toen ik bij deze leraar in de klas zat werd ik ziek door de BOF en kon niet naar school,dus hij kwam op bezoek.
Hij schrok vreselijk van mijn gezicht.
Dat bleek behoorlijk gezwollen te zijn,wat ik niet wist,want er werd geen spiegel voorgehouden.
Wellicht zou ik er zelf van schrikken.
Na dat ziek zijn werden kosten noch moeite gespaard om de  achterstand van het leren weer in te halen of om te beperken.

                        Vervolg-ervaringen op de Waalse School.

Van de laatste jaren op de Waalse school herinner ik mij ook nog dat erook bezoek kwam van Generaal Roël in zijn militaire uniform.
Hij kwam als er bijzondere feestelijkheden waren en hij bleek in die tijd ook 1 van de regenten te zijn die het Hospice Wallonne beheerden.
Ik vergeet nooit het vriendelijk gesprek van hem met mijn ouders en mij.
Ondanks zijn hoge militaire rang sprak hij toch met eenvoudige mensen zoals mijn  ouders,wat ik erg respecteer van iemand met een hoge rang.
Hij was er ook bij toen Koningin Juliana en Mevr.Germaine Coty de school bezochten ten tijdens het bezoek van de toenmalige Franse president Coty.
In Wikipedia staat over deze president het volgende geschreven.
René Jules Gustave Coty was een Frans politicus en van 4 oktober 1954 tot en met 8 januari 1959 president van de Vierde Franse Republiek.
Het schoolkoor zong de volksliederen van Frankrijk,Nederland en van de Franse provincie Normandië.
Zij zongen 4-stemmig in de Franse taal.
Ik maakte zelf deel uit van dat schoolkoor,wat ik zelf een fijne belevenisvond en dat klonk fantastisch op het binnenplein van de school.                                             
Dat werd gedirigeerd door het schoolhoofd Dhr.H.de Witt,hetgeen door andere hoge functionarissen werd bijgewoond zoals mensen van Adel.
Daarover gaf het schoolhoofd vooraf uitleg aan de kinderen,zodat zij leerden hoe zij in de toekomst met mensen van Adel kunnen gaan.
Ik kreeg er later wel mee te maken op de Kleermakersvakschool en bij een werk-object van de sociale werkvoorziening.  Hierop kom ik nog terug in het onderwerp sociale werkvoorziening.

          Herinnering aan de schoolvlag of vaandel

Van de Waalse school herinner ik mij ook nog dat er tijdens een feest avond de schoolvlag of vaandel plechtig werd binnengedragen. Mijn klasgenoot en vriend Sander van Brummelen droeg die vlag.
Zijn broer Peter en ik met Agnes de Vries vormden de vlaggewacht enliepen er eervol achteraan.
De ouders zongen daarbij een plechtig lied wat ons wel ontroerde qua tekst-inhoud,want emoties waren destijds heel normaal. Dat mag best.
Van Sander vernam ik later dat zijn wens om ingenieur te worden ook in vervulling is gegaan evenals van zijn broer Peter.
Peter werd dokter in de medicijnen,wat mij niet verbaast,want beiden behoorden zij tot de beste leerlingen van de school met L.O. Deze broers kwamen destijds wel bij mij thuis om postzegels te ruilen,want dat was onze hobby in die tijd.       Hun moeder en zus Annelies bezochten ons vaak,want hun moederwas ook lid van de moederclub die voor de school zorgden.
Die ouders kwamen graag bij mijn ouders voor koffie en gesprek over wat nodig is voor het onderwijs.
Er werd daarbij best veel gelachen,want sommige ouders reageerden goed humoristisch en ik kan hun namen noemen met beroep.
Dat doe ik echter niet omdat ik hun privacy respecteer,maar ik kan wel vermelden dat zij jaarlijks een bazar of Fancy-Fair organiseerden.
De baten kwamen ten goede aan de school voor het nodige materiaal om de kinderen te onderwijzen.
Hierbij werd het Rad van Avontuur gebruikt met lotenverkoop vooraf.
Men kon toen een grote Rookworst of gekookte worst winnen.
Toen mijn vader die worst in de hoogte toonde brak er een stuk af en belandde in iemands gezicht,maar niet te hard.
Deze komische gebeurtenis leverde een behoorlijke lachpartij op wat mij nu nog laat grinnikken na zoveel jaren.
Er werd ook een Amerikaanse verkoop gehouden,waarbij de hoogste bieder het product kreeg en met die baten kocht men een schoolradio.
Later werd een geluids-filmprojector gekocht met educatieve films voor de kinderen waartoe de vaders zelf een filmzaal hebben ingericht.
Mijn vader liet het benodigde hout leveren door de houthandel waar zijn broer Jan werkte en diens zoon Joop dit bracht op de bakfiets.
Later op de avond en in de weekends gingen mijn vader en oom naar die school om samen dat hout op de beste wijze te verwerken.
Bij Sinterklaasfeesten vermomde mijn vader zich ook tot zwarte piet,waarbij hij op heel ongebruikelijke wijze op een stoel ging zitten.
Hij haalde daarbij wel meer malle fatsen uit wat de kinderen liet lachen.
Omdat er tussen de school en het gebouw van K en W een gracht lag,zagen de kinderen ook wel eens Sinterklaas op een rondvaartboot.
Dat gebouw van K en W had destijds een balkon waarop een orkestzat,die de Sinterklaasliedjes speelde,wat toen nog wel kon.
Jaren later stond dat gebouw in de brand en brandde geheel uit.
Ook zagen wij wel meer rondvaartboten,die je naar scheveningen of Drievliet bracht,dat was makkelijk vanuit de Muzenstraat te doen.
Mijn ouders konden dat toen wel betalen en wij gingen veel met die boot,want dat was destijds ons uitstapje.
Ook jaarlijkse schoolreisjes waren voor kinderen van onbemiddelde ouders echt een feest waar wij graag naar uitkeken.
Soms was het mogelijk om in K & W een voorstelling van Snip & Snap mee te maken met de grappen van Willy Walden en Piet Muijselaar.
Dat gebouw lag op de hoek van de Muzenstraat en de Zwarteweg.                                                      
Wij keken aan de achterkant van ons huis naar dat gebouw. Dat duurde niet lang.
Ik zag vuur achter mijn woning toen ik op het balkon stond waar ik uitkeek op die brand.
Ik kon nog niet inschatten hoe hoog het vuur oplaaide.Ik was daartoe nog veel te jong.
Ik zag veel rood en blauw voor zover ik mij kan herinneren en ik zag ook dikke rookwolken.
Dat was donkere rook. Ik zag het boven de brand en boven ons balkon.
Dikke donkere rookwolken naderde ons en ik begon licht te hoesten.
Onder ons huis was het druk in de straat en ik hoorde mensen roepen waar de brand was.
Dat klonk boven het geluid van het knisperende vuur uit. Wat ik rook herinner ik mij niet meer
Ik rook het wel degelijk.Het was prikkelend Ik herinner mij geen geurend hout
Wel hoorde ik veel drukte op straat en het knisperende vuur.Ik hoorde ik de sirenes van brandweerauto’s               
Ook hoorde ik het spuiten op de houten schutting met stro en zag het toen mijn vader hiermee bezig was.  
Ik hoorde heel goed de angst van mijn moeder. Dat was ook wel logisch en ik voelde spanning.
De situatie was wel erg link.en spannend want ik wist niet wat kon volgen. Ik voelde geen angst maar onzekerheid.
Een beetje verdriet had ik wel om dit gebouw voor leuk entertainment dichtbij huis. Waaronder Opera's en Operettes.
Dat waren hachelijke uren die ik nu weer herinner met moeder die wel erg bang was en door mijn vader naar een veiliger adres werd gestuurd. Helaas weet ik niet meer in welk jaar dat gebeurde,maar dat is na te vragen in het Haags Gemeente-Archief met wellicht een krantenverslag.
Wij zijn er geen slachtoffer van geworden,maar verloren wel een gebouw voor leuk en interessant entertainment.
Niets aan te doen. Dit hoort nu eenmaal tot mijn ervaringen, wat ik wel jammer vond.

Hoofdstuk 3  Mijn vervolg-onderwijs.

Na het Lager Onderwijs probeerde ik om de oude schriftelijke lessen van mijn vader te volgen die hij had bewaard voor het Middenstandsdiploma.
Daarvan werden de uitwerkingen nagekeken door het schoolhoofd van de waalse school,maar dat werd niet door ons volgehouden.
Ik was inmiddels wel 19 jaar geworden en kreeg de oproep om mij te laten keuren voor Militaire Dienst,waartoe ik medisch werd afgekeurd. De Muzenstraat met Militair Hospitaal in Den Haag is een ander verhaal.
In die straat boven de winkel van Stokvis zijn mijn beide jongere broers geboren en wij woonden tegenover het Militair Hospitaal.
Op zondagen hoorden wij dan koor en gemeentezang met diverse kerk liederen wat soms ook door het koor werd gedaan waarvan wij lid waren.
Mijn ouders,broer en ik zelf waren lid van het christelijk zangkoor “Pniël”,wat wij graag deden.
Dat koor behoorde bij de Nederlands Hervormde kerk.
Ik vond dat een fijne ervaring om er op terug te kijken,waarbij ik met mijn broer ook wel mee zong in een ander koor met orkest.
Het ging dan om de cantates van J.S.Bach en wij stonden bij de bassen.
Ik was eigenlijk meer een hese bariton en kon daarmee aardig meekomen.
Het zingen met orkest vond ik helemaal een rijke ervaring welke ik niet kan vergeten met goed letten op de dirigent om in te zetten op zijn gebaar.
Ik heb daar beslist van genoten,maar ik was toen wel veel jonger dan nu.
Dat koor bestaat niet meer door het overlijden van de leden in deloop der vele jaren en dat geldt ook voor mijn ouders in 1974 en 1977. Mijn ouders hielden ook veel van zingen en wij oefenden dat thuis ook.
Ook dit oefenen met ieder de eigen stem-partij vond ik een rijke ervaring.
Dat hoefde ik gelukkig niet te missen, maar kan er met plezier op terugkijken.

Vanuit dat hospitaal heb ik vele militaire uitvaarten gezien met de militaire drumbands van 8 drummers voorop.            
Ik hoorde trommels en zag ze ook. Deze trommels klonken dof. Het klonk ook sinister en droef.
De hoeven van de paarden klonken rustig en langzaam op de straat Ik rook niets,want ik stond niet op straat,
maar thuis achter het gesloten raam. Ik zag wel vaak wat vallen onder de paarden. Wat ik voelde weet ik niet meer
Ik realiseerde mij dat het om overleden militair ging met meestal een officiersrang.
Hierbij heb ik geen gedachtes,want ik kende die overleden militairen niet
Als klein kind kon je er bang worden van die omfloerste paarden.In slechte dromen zie ik het nog wel eens
Dit joeg mij geen angst aan,maar wel ontzag.Ik respecteer het paard.Ik zie ze graag lopen. Levendig beeld.
Alleen omfloerst lijkt het dier eerder een monster uit Halloween op foto’s in boeken.
Dat ging toen echt stapvoets met zwart omfloerste trommels.
Ik zag dat de paarden die de rouwkoetsen trokken ook met zwarte kleden waren bedekt.
Daardoor leken die paarden wel monsters waarvan je bang kon worden als kind.                                         
Die zwarte kleden hingen immers over de paardenhoofden,wat er best luguber uitzag op weg naar RK-begraafplaats
St. Barbara.
Voor de oudere RK hagenaars is dat wel bekend gebied en weten ook hoe lang die uitvaartstoet er stapvoets over deed.
Het verkeer werd destijds nog omgeleid om die stoet uit eerbied de nodige voorrang te geven,al ging die stoet erg traag.
Later startte in die straat ook wel een mars van de Marinierskapel naar het toenmalige Staatsspoor in de Rijnstraat.
Dat was om de toenmalige koning Haakon uit Denemarken of Noorwegen muzikaal te ontvangen met het volkslied van zijn land. Daarna marcheerde de marinierskapel terug naar de muzenstraat.
In die straat werden destijds ook de jongens voor hun dienstplicht opgesteld in burgerkleding om naar de keuring te marcheren. Sommige onwillige jongens werden door de MP meegenomen.
Ik heb gezien dat die groepen jongens achter een MP in uniform meemarcheerden,maar ik was er niet bij,want ik ging met mijn vader. Die keuring vond toen plaats in de Alexanderkazerne in Den Haag.
Ik werd medisch afgekeurd voor Militaire Dienst vanwege mijn aangeboren Schildklier-afwijking die mij vertraagd laat handelen.
Derhalve kon ik niet in militaire dienst,na de handtekening van Lt.Kol.Moski en ik was toen 19 jaar.                   
Nu in 2016 hoop ik 77 jaar te worden.
Die afkeur vond plaats in 1958 toen ik 19 jaar was en de oproep kreeg voor Militaire Dienst zoals dat destijds heette.
Ik liet mij zonder problemen keuren,want ik besefte dat er afkeur zou volgen op medische basis na info bij de huisarts en de Internist.
Na die afkeuring was het tijd om na te gaan hoe ik betaald werk kon vinden zonder vereiste diploma`s,wat niet kon en ik vele adviezen kreeg.

    Hoofdstuk 4. Periode op de Kleermakers-vakschool

Ik kreeg van mijn vaders moeder het idee om kleermaker te worden,wat ik best prima vond want ik vernam dat opa Doove kleermaker was.
Dat werd mij destijds verteld,dus ik dacht dat vak wil ik wel leren en ik ging dus naar die vakschool om mij aan de melden als cursist in 1958.
De toenmalige directeur was Dhr.H.Sprong die later werd opgevolgd door Dhr.B.Poelman en met beiden kon ik prima opschieten.
Dat was ook het geval met 2 andere docenten,maar zij konden het niet helpen dat ik niet slaagde voor het diploma A.Broek en Vest.
Helaas kreeg ik het werk niet af binnen de vereiste tijd wat ik wel heb geprobeerd,waarbij de naalden onder mijn handen wegroestten.                                                                  
Dat kwam door de transpiratie van mijn handen, dat kwam door mijn aangeboren schildklier-afwijking.
Info hierover vindt u op de site van Schildklier Organisatie Nederland.                                                 
Op de vakschool voor de kleermakerij, ontmoette ik een vriend met de adelijke titel Jhr.met wie ik het prima kon vinden.   Hij ging ook met mij mee naar het zangkoor van de kerk.
In dat koor maakte hij kennis met de dochter van de voorzitter, waarmee hij later ook is getrouwd.
Zij gingen wonen in Vorden. Daar heeft zijn oom opgevolgd in de kleermakerij, wat ik respecteer.
Ik zal zijn naam niet noemen i.v.m. zijn privacy, want hij was mijn vriend,van wie ik niets meer heb vernomen.
Dat is wel jammer.Op die vakschool trof ik ook wel andere vrienden en vriendinnen.                                               
Dat was destijds in 1965 in de toenmalige Haagse Dierentuin,waar ik in kooien eerst zwarte beren zag rondlopen.
Die Dierentuin is weg. Wel nam ik destijds deel aan de kledingshow van de cursisten.

Mijn deelname aan de kledingshow van de vakschool.

Helaas heb ik er nooit diploma`s van kunnen behalen vanwege de reden die ik al beschreef, maar ik kreeg toch een kans bij een kledingzaak.
Dat was een zakenrelatie van mijn vaders werkgever om een broek te maken op de vakschool onder toezicht van de docent.
Toen ik ermee klaar was bracht ik het naar die zaken-relatie,waar een coupeur zei dat het te lang had geduurd.
Hij merkte ook op dat hij wel beter gemaakte broeken had gezien en beldede schooldirectie met wie hij het oneens was,maar er was geen werk meer.
Er was ook geen reparatiewerk,zoals de schooldirectie dat wilde plannen.
Ik vertelde dat mijn ouders die daar niets aan konden doen,maar mijn vaderkreeg later de vraag van die zakenrelatie waar ik bleef.
Het bleek dat die coupeur had beslist zonder medeweten van zijn werkgever.
Ik zei mijn vader dat ik niet wil werken met een dergelijke coupeur,want dan kan ik er op rekenen dat die coupeur mij liever weg wil hebben. Op deze wijze is niet normaal samen te werken ondanks mijn goede wil.
Mijn ouders gaven mij daarin gelijk en mijn vader vertelde het die relatie.
Hierdoor had ik dus nog steeds geen werk in 1964,maar kreeg wel F.20,00 voor die gemaakte broek,waarbij hij loog over besluit van zijn baas.
Zijn baas bleek er niets van te weten,want hij was er niet toen ik die broek afleverde,maar nam dat onwetend aan en
pas thuis vernam ik zijn leugen.
Het spijt mij maar met leugenaars kan en wil ik niet samenwerken,want ik kan er dan op rekenen dat het rommel wordt. Dat vind ik echt zinloos.
Helaas had ik geen contact met Opa Bernardus Lambertus Doove die kleermaker was,want van mijn vader vernam ik dat mijn Opa zijn gezin had verlaten.
Wel woonden er nog 2 broers en een zuster van Opa in Den Haag die ook kleermakers waren evenals hun vader Franciscus Wilhelmus Doove. Zij zijn allen overleden.
Ik was dus te laat met de opleiding begonnen om ermee door te gaan in de familiekring,want volgens mijn oma zou mijn familie Doove mij wel opleiden.
Zij deden dat destijds zonder school-opleiding,maar gewoon pure praktijk,wat ik dus miste en nu niet meer nodig heb in pensioentijd.
Pas na 1975 vernam ik via een notaris dat opa overleed te Lippe Dettmold in Duitsland 1961 en daarna kreeg ik op 01-11-1965 eindelijk werk.
Ik had de verdere opleiding in de kleermakerij noodgedwongen al vaarwel gezegd,maar niet met plezier,want ik hield wel van dit vak.
Ook nu in 2016 vind ik het nog steeds een fijn vak,ook al kan ik er helaas niet meer in deelnemen om medische redenen.
Het niet slagen om te werken als kleermaker na die mislukte opleiding heb ik ervaren als een flinke miskleun in de periode juni 1964 t/m oct.1965.
In deze periode kreeg ik nog andere vervelende ervaringen te verwerken,waardoor ik wel begreep dat niet alles kan slagen wat ik onderneem.
Toch accepteer ik niet dat ik alle mislukkingen dien te ervaren,want ik kan mij niet voorstellen,dat er voor mij niets valt te bereiken om werk te vinden.
Daarom zet ik altijd door,want als het èèn niet lukt,dan lukt het andere wel.
Natuurlijk is dat best wel moeilijk,maar het eind-resultaat van gèèstelijkgevecht met mijzelf kon en kan het uiteindelijk toch voldoening schenken.
Hiermee raakte ik best wel tevreden,nu ik er even op terug kijk.
Ik heb er zelf aan gewerkt en een persoonlijke prestatie geleverd,waarop ik met plezier en dankbaarheid terug kijk.       Natuurlijk besef ik heel goed dat sommigen er toch minachtend op blijven neerkijken en geen interesse hebben om eerder opbouwend te kritiseren.

Hoofdstuk 5   “Van het kastje naar de muur en terug”

Nu kom ik terug op de verwijzing door de genoemde ambtenaar die ik ken sinds de tijd op de Waalse school,waarop ook zijn dochter onderwijs kreeg.
Zijn verwijzing was n.a.v.foutieve informatie door zijn collega in de Haagse Beijerstraat waar ik voor niets kwam,zoals dat later bleek.
Na 6 jaren vakschool zonder slagen voor het vak-diploma en probleem bij de kledingzaak had ik geen werk,hetgeen onze wijk-predikant vernam.
Deze predikant adviseerde om te praten bij de Sociale Werkvoorzien welke destijds was gevestigd in het oude Berlage-gebouw aan het kerkplein.                      
Mijn vader en ik gingen er heen en spraken met de Personeels-Functionaris.
Deze vroeg mij om een bewijs van inschrijving te halen bij het arbeidsbureauop de Troelstrakade,dus ik ging er heen,maar kreeg geen bewijs.
Helaas liet ik mij afleiden door de vraag voor welk werk ik interesse had en ik zei toen dat ik met dieren wou werken.
Ik vergat te vragen om het inschrijvingsbewijs,dus het bureau stuurde mij naar het dieren-asiel aan de Nieuwe Haven,waar de vacature al was vervuld.
Ik ging dus terug naar dat arbeidsbureau aan de Troelstrade,waar ik een briefje kreeg voor de Beierstraat,zodat ik een WW-uitkering kon krijgen.
Ik kreeg daar te horen dat ik niet onder hun regeling viel,maar dat ik ergensanders terecht kon en dat vertelde ik thuis,wat mijn moeder kwaad maakte.
Zij belde naar de ambtenaar wiens dochter ook op de Waalse School les kreeg en moeder vertelde hem onze ervaring waarop zij gelijk kreeg.
Die ambtenaar belde zijn collega aan de Jan van Nassaustraat,die ons toen thuis bezocht voor een oriënterend gesprek en zorgde voor de WW-uitkering.
Dat was i.p.v.werk,dat hij niet kon bieden,maar in 1965 belde de personeelsfunctionaris ons met de vraag waar ik bleef.
Ik vertelde mijn ervaring,waarna hij mij vroeg om toch weer naar dat arbeids-bureau te gaan,wat ik ook deed,maar nu in gezelschap van mijn moeder.
Zij sprak daar met een ambtenaar van Bijzondere Bemiddeling en hij wou ook nog niet dat inschrijvingsbewijs afgeven.
Moeders manier van praten hielp echter toch om dat bewijs los te krijgen en ik vernam later dat die ambtenaar blijkbaar wat anders met mij van plan was. Ik heb nooit vernomen wat die ambtenaar met mij van plan was.
Daarna kon ik het inschrijvingsbewijs afgeven aan de personeelsfunctionaris,en ik kon per 01-11-1965 aan het werk.
Er waren diverse objecten.

     Hoofdstuk 6.Mijn diverse werkzaamheden.

Ik begon in 1965 aan de Ammunitiehaven op de hoek van het Spui in een oud gebouw dat dienst deed als Blinden-werkplaats waar ze borstels maakten.
Er was echter ook een afdeling voor de Telecommunicatie met houten borden op draaibare standaards en die borden toonden spijkerpatronen.
Langs die patronen werd schelledraad gelegd in diverse kleuren die later bij elke spijker werd samengebonden tot een bruikbare draadboom.
Dat werd gecontroleerd door een collega,die met mij samen nakeek of alleswel klopte,waarna het werd afgeleverd bij de werkmeester.
Zo heb ik destijds vele draadbomen geproduceerd zonder problemen. Dat schelledraad voelde glad in mijn handen.
Het raakte gelukkig niet in de war,want ik trok het recht van de klos af en leidde het gelijk langs de spijkers.
Het werk-object verhuisde later naar het Westeinde en vandaar uit weer naar de Nieuwe Haven,waarna er werd verhuisd naar de Zichtenburglaan.
Daar zat ik met een luchtdruk-schroevedraaier diverse technische onderdeeltjes in elkaar te schroeven,waarna een ander het zat te justeren.
Met justeren kon men de onderdeeltjes de juiste klemkracht geven.
Daarna heb ik ook nog veel multo-sets samengesteld en heb nog een tijdje aan de lopende band gezeten,maar dat tempo hield ik niet vol.
Ik wisselde dus vaak van werksoort in overleg met de werkmeesters en hun manager om te weten welk werk voor mij het beste geschikt zou zijn.
Het gewenste werktempo lag zelfs in de Soc.Werkvoorz.voor mij te hoog,dus ik zocht naar wat anders in overleg met de personeels-consulent.
Vanwege mijn niet-werkende schildklier kon ik het werktempo onmogelijk bijhouden en leverde alleen maar bevende handen op, dus dat was fataal.
Het overleg met de personeelsconsulent leverde toen resultaat op na diverse cursussen en behaalde diploma`s.             Deze resultaten beschrijf ik hieronder en vermeld daarbij dat dit uiteindelijk werd goedgekeurd.
Met die cursussen begon ik al toen ik werkte in het westeinde en mijn huiswerk overdag mocht maken als er even geen werk was,wat soms ook gebeurde.
In dat geval vond de werkleiding het juist nuttig als ik mijn lessen van de cursuskon maken,want dan zag men dat ik moeite deed om verder te leren.
Later op de Nieuwe Haven kon dat niet meer,maar wel als waarnemend portier.
Het bedrijf kreeg toen de naam “Industrieel Toeleveringsbedrijf Zichtenburg”.

Daar bleef ik op eigen verzoek tot op 17-08-1975,nadat ik daar als bode-intern en als waarnemend Portier fungeerde.
Ondertussen had ik in die jaren wel een cursus Algemene Ontwikkeling gevolgd bij het toen bestaande “Instituut voor Volwassenen-Educatie”.
Daarmee friste ik mijn Taal en Rekenkunde weer eens op en deed daar ook examen in en slaagde ervoor,waarna ik graag verder wilde leren.
Ik kreeg immers de smaak daarvan te pakken en bedacht wat ik nog meer wou leren,wat uitdraaide op het “Middenstandsdiploma”.  Ik behaalde dit in 1973 met uiteraard veel vreugde.
Voor mij was dit wel een bijzondere prestatie na 2 ziekenhuis-perioden in het Kinder-ziekenhuis.
De werkmeester die ik had tijdens het werk in het Westeinde dacht dat ik niet daarin kon slagen,maar ik kan het hem niet meer tonen door zijn pensioen.
Dit Middenstandsdiploma toon ik hier graag als bewijs van waarheid.                                                                 

Mijn vader leefde nog en was blij geëmotioneerd dat ik dit diploma alsnog kon behalen,dus hij kon het nog meemaken,want in 1974 is hij overleden.
Hij werd niet ouder dan 58 jaar,wat dus veel te jong is wat ik triest vind.
Daarna werd ik door de personeels-functionaris verwezen naar het CBG.
Het Centraal Bureau voor Genealogie was toen 1 van de Administratieve objecten van de Gemeentelijk Sociale Werkvoorziening in Den Haag.
Ik wist niet dat dit bureau bestond op de Nassaulaan naast de Willemskerk.
De personeels-functionaris vroeg mij hoe het zat met mijn kennis van het alphabet,dus ik zei hem dat ik voor de Ned.Tl.goede cijfers had.
Dit was in de tijd van mijn Lager Onderwijs zoals dat destijds heette.              
Vervolgens vroeg hij of ik naar dat bureau wou gaan, wat ik graag deed,want het lag op loop-afstand van de Muzenstraat waar ik woonde.

Op 18-08-1975  begon ik bij het Centraal Bureau voor Genealogie. 

Toen ik er dagelijks heen liep zag ik altijd dit luxe hotel waar destijdsalleen zeer hoog geplaatste personen van adel konden logeren.

Even verderop naar de Denneweg liep ik langs dit gezellige kleine restaurantje welke ik hier ook zal tonen, wat ik u niet wil onthouden.

Toen ik daarna aankwam bij het CBG werd ik gelijk geplaatst op de afdeling Persoonskaarten.
Dat was echt een fijne ervaring na die wandeling.
Deze kaarten diende ik.alphabetisch/lexicografisch op volgorde te plaatsen inhouten bakken 1 meter lang,wat later werd gecontroleerd.
Na vele duizenden kaarten te hebben geplaatst,liet men dat helemaal aan mij over in vol vertrouwen zonder contrôle.
De chef vertelde mij dat hij dit erg waardeerde,want normaal gesproken was dit werk voor iemand met minstens een Mulo-diploma.Dat had ik toen niet.
Wel had ik in 1967 het Sleutel-diploma “Algemene Ontwikkeling” behaald waarmee ik op de afdeling Persoonskaarten werd toegelaten.
Mijn behaalde diploma voor Algemene Ontwikkeling werd blijkbaar met Mulo gelijkgesteld door de ambtenarij in 1975.
Ik ging daarna echter door met leren en behaalde het 1e certificaat Frans met daarna een Oorkonde voor Paleografie waarop ik terugkom bij Genealogie.
In 1975 ging ik ook Frans leren bij het Institute Francaise de Pays-Bas aan de Nieuwe Uitleg en ik behaalde in 1976 het 1e diploma/certificaat.  Voor mij persoonlijk was dit ook een soort van geestelijke overwinning.                             
Dat kwam alleen door mijn interesse voor die taal.
Daartoe kreeg ik immers al de basis op de Waalse School,waarover ik eerder schreef.                        

Hoofdstuk 7.In contact met het Leger des Heils.

Op 07-01-1979 liet ik mij inzegenen tot soldaat van het Leger des Heils.
Dat gebeurde in korps Den Haag Congreszaal aan de Prinsegracht.
De ceremonie ging heel mooi en eerbiedig met veel zang en muziek.
Ook de zangbrigade(zangkoor) rn het muziekkorps leverden hun blijde bijdragen.
Voor zover ik mij kan herinneren was ik de enige die zich liet inzegenen tot Soldaat van het Leger des Heils.
Ik droeg toen voor het eerst dat soldaten uniform met blauwe epauletten op mijn schouders.
Ik knielde bij de knielbank en de Kapitein kwam naast mij staan met zijn hand boven mijn hoofd.
Daarbij stond hij te bidden voor mijn welzijn en trouw aan het Leger des Heils.
Ook de vlag van het Leger des Heils met de kleuren Rood,Geel en Blauw werd boven mij gehouden.
Het ROOD staat voor het bloed dat Jezus Christus voor ons vergoot aan het Kruis van Golgotha.
GEEL is de kleur vn de Heilige Geest die ons kan inspireren om te leven naar God”s Heilige Wil.
BLAUW is de kleur van de Reinheid van Ziel. De korpszaal was zo vol dat er andere mensen alleen konden staan.
Veel familieleden waren aanwezig alsmede veel andere bevriende relaties. Dat ontroert mij nog steeds.
Ik voelde mij blij maar ook diep ontroert. Dit had ik nooit willen missen en nu ook niet.
Ik ben verschrikkelijk blij dat ik die stap heb willen zetten. Voor mij is en blijft dit een bijzondere ervaring.
Tot aan mijn overlijden ben en blijf ik een HeilsSoldaat met vertrouwen in de Hemelse Vader.
Ik wilde dit uit eigen overtuiging op basis van mijn christelijk geloof,waarin ik ook werd groot gebracht door mijn ouders en groot-ouders. Ik kwam er zelf toe door het lezen van het boek: “Leger zonder Vijand”.
Daarin las ik de geschiedenis van hoe dat Leger des Heils is ontstaan.
Het gebeurde in Engeland door de stichter William Booth,wiens inzicht ik nog steeds diep respecteer en ik ben het helemaal met hem eens. Nadat ik het boek had gelezen ging ik naar het korps congreszaal.
Dat was destijds nog aan de Prinsegracht gevestigd en dat kende ik al.
Vele malen zag en hoorde ik ze spelen en zingen op straat waarvan ik genoot. Ik sloot mij heel graag aan bij dat korps.
Ik nam ook deel aan hun andere activiteiten,wat mij heel erg boeide en het versterkte mijn christelijk geloof.
Het gaf mij de nodige inspiratie. Eèn van die activiteiten was verspreiding van het blad met de naam “De Strijdkreet” waaraan ik ook deelnam. Ik sprak daarbij ook mijn Persoonlijke Geloofs-Overtuiging uit. Dat doe ik nog steeds
Daardoor kon ik veel beter diverse cursussen volgen en slagen voor de bijbehorende diploma`s,welke ik zal tonen als bewijs van doorzetting.

        Hoofdstuk 8.Vervolg van mijn privè-educatie.


Vervolgens begon ik met de schriftelijke cursus Mavo van PBNA welke ik destijds in deel-certificaten kon behalen op het D-niveau. Zo behaalde ik het officiële Staats-diploma MAVO-D.
Mijn 6 vakken waren: Ned.Tl.,Engels,Duits,Geschiedenis,Aardrijkskundeen Handelskennis en de eerste 3 vakken, behaalde ik in 1 keer.
De andere 3 deed ik 1 voor 1,wat voor mij toen de beste optie was.
Ik was blij en verwonderd dat ik slaagde voor 3 certificaten tegelijk,want ik verwachtte er hooguit 2 en dat scheelde mij weer extra studietijd. In 1986 ontving ik het Staats-diploma MAVO-D,wat ik hier toon.

         Hoofdstuk 9.Vervolg van werk bij het CBG

Dat leren deed ik in de avond- uren middels schriftelijk onderwijs
in afwisseling met een avondschool met huiswerk thuis.
Overdag was ik gewoon op mijn werk en in de avonden alsmede
de weekends zat ik de lessen van de cursussen te volgen.
Zo had ik veel afwisseling waardoor de tijd snel voorbij ging.

Ondertussen had ik voor mijn werk sinds 1975 niet alleen die persoonskaarten op volgorde geplaatst maar ook opgezocht voor klanten volgens brieven. Dit was dus zeer afwisselend werk,waardoor de werkdag opschoot.
Later hielp ik ook op de afdeling Familie-Advertenties, Fair-Parts, Bidprentjes en Familie-Wapens. (Heraldiek)
De collectie Fair-Parts bestond uit Geboortekaartjes, Verloving en Huwelijks-aankondigingen, Huwelijks en Werk-Jubilea,Rouwkaarten. Met dit werk verhuisde ik mee naar het nieuwe pand naast het Centraal Station in Den Haag.

Hier op deze foto plaatste ik de persoonskaarten Alphabetisch/Lexicografisch.
Dat was voor onderzoekers uit heel Nederland makkelijker te bereiken.
Zij konden gelijk naar het Algemeen Rijks Archief.
Dit Archief is van Zuid-Holland, waar men aansluitend onderzoek kan verrichten.
Er kwamen meer diensten.
Het betreft dan Iconografisch Bureau waarvan ik begreep dat deze een collectie Familie-portretten heeft zoals schilderijen,Foto`s enz.  Ook het Centraal Register van Fam.archieven is er gevestigd.
Met het materiaal kan de onderzoeker zijn of haar Stamboom meer completer maken,voor zover dat mogelijk is.
Hierdoor kreeg ik zelf ook de smaak van het onderzoek te pakken voor Familie-onderzoek ( Genealogie) als hobby.
Van tijd tot tijd ben ik wel steeds bezig met die hobby en heb er ook 2 cursussen Genealogie voor gevolgd met Archief-onderzoek.
Ik volgde ook een cursus Paleografie voor het leren lezen van de oude handschriften in 3 verschillende moeilijkheidsgraden. Daarvan behaalde ik de 1e Oorkonde als basiskennis dat handig is.
Helaas lukte het mij niet door omstandigheden om het verder te volgen t.b.v.mijn genealogisch onderzoek in de archieven.
Die bevatten veel oude handschriften uit het verleden met oud duits Gotisch schrift wat er sierlijk uitziet maar moeilijk om te lezen.
Dat is lastig bij onderzoek in de duitse taal wat ik noem,maar dat geldt ook voor de andere talen,dat dan echt moeilijk leesbaar is.
Het is een grote kunst om alle 3 de oorkondes te kunnen behalen,maar daarna is het een kwestie van bijhouden wat je leerde. Niet bijhouden is verlies van kennis en dus heel erg onhandig.
Dit schrijf ik uit eigen ervaring met alleen mijn 1e oorkonde en ik zie geen kans meer om die 1e verworven kennis “op te frissen”.

Het is ook zinloos,want om medische redenen kan ik geen archief meer bezoeken,dus mijn Paleografische kennis raak ik kwijt.
Het kwam door diverse omstandigheden,waaronder diverse activiteiten die toen voorrang hadden.
Aan de cursussen Genealogie waren geen diploma`s en examens verbonden evenals geen Oorkondes.
Deze cursussen werden georganiseerd door het Centraal Bureau voor Genealogie i.s.m.de gemeente en het Rijks-Archief.
Palegrafie werd echter georganiseerd door het Rijks-Archief i.s.m.de Historische Vereniging “Die Haghe”.
Deze vereniging reikte de Oorkonde uit als de hele cursus was gevolgd.Dan zeg ik: Hoe moeilijker,hoe leuker.
Dat is zinvoller.
Bij de Genealogie en Paleografie is het eigenlijk een “pracht-sport” om zo diep mogelijk te “spitten” in de familie-historie.
Zelf kwam ik tot 1699 van mijn vader`s voorouders die in Frankrijk zijn geboren.
Andere Genealogen kwamen zelfs tot in 1200 terecht,hetgeen wel enorm veel historische kennis vereist.
Het is hierbij juist de “sport” om zo diep mogelijk te kunnen graven in archieven naar het meest verre verleden.
Dit eist wel oneindig veel geduld en de diepste interesse van de onderzoeker, ook al treft deze bepaalde onwenselijke berichten. Deze berichten gaan dan over gevonden familie in de historie.
Persoonlijk ga ik dan relativeren in de zin van:door welke omstandigheden kwam het gevonden familielid destijds tot wandaad. Daarmee hoeft men die wandaad nog niet goed te keuren,maar het maakt de daad wel begrijpbaar.
Achter een daad schuilt meestal wel een oorzaak,waartoe iemand tot die daad is overgegaan
Het heeft geen zin om je als onderzoeker te distanciëren van een voorouder met slechte daden,want biologisch stam je er vanaf.                                               
De onderzoeker kan hooguit verklaren het niet eens te zijn met een dergelijke voorouder,wat ik ook doe in het geval van mijn opa Doove.
Wat hij deed in het verleden keur ik beslist af,want ik ben het er niet mee eens, dus ik volg beslist niet zijn slechte daden.
Ik deed en doe juist het tegenovergestelde,wat ik beschreef in mijn eerdere boek over de ervaringen van mijn vrouw en mijzelf. Ik gaf dit boek de titel “Levenservaringen van Anna en Anton Doove”.
DIt boek “Haagse periode 1939-1982” sluit daarop aan.
De jaren bij het Centraal Bureau voor Genealogie beschouw ik als TOP-tijd qua werk-opties en dat had mijn diepste interesse.
Ik werkte daar van 18-08-1975 tot met 31-03-1995,waarbij ik in 1984 wel iets beleefde wat ik voor mijzelf als unicum heb ervaren.
Dit betrof de aanwezigheid van Mr.T.Schelhaas bij onze huwelijks-inzegening en hij was toen de directeur van het CBG.
Hij kwam met een deputatie medewerkers die niet hoefde te komen,maar hadden interesse voor die inzegening bij het Leger des Heils.
Deze huwelijks-inzegening was uiteraard pure Genealogie om mee te maken,want dat gebeurde toen niet dagelijks.
Ik was echter een gedetacheerd medewerker vanuit de Sociale Werkvoorziening.
In feite hadden zij er geen boodschap aan.
Toch kwamen zij als blijk van medeleven t.o.v.een gedetacheerd medewerker. Ik ben er nog steeds onder de indruk.
Ik blijf deze mensen erkentelijk hun bezoek aan de huwelijks-inzegening bij het Leger des Heils in Den Haag.
Van de Sociale Werkvoorziening zag ik alleen de oud personeelsfunctionaris Dhr.Y.Schnaar met zijn vrouw.
Zijn collega schittterde door afwezigheid,maar hij kende mij te kort.
Voor hem was het dus zinloos en kon dus maar beter weg-blijven.
Uiteindelijk was het toch Dhr.Y.Schnaar die mij hielp aan het werk bij het Centraal Bureau voor Genealogie.
Toen in 1984 mijn dochter werd geboren stuurde hij en zijn vrouw een attentie per post.
Dat hebben mijn vrouw en ik gewaardeerd.
Omdat mijn maandloon daar niet zou stijgen,maar wel de verplichte kosten kon ik niet bij dat bureau blijven werken.
Ik hield er echter wel de hobby Genealogie aan over wat te zien is aan het onderwerp “Genealogie Doove en Jillissen”.
Dat sluit aan op de Micro-verfilming wat het CBG gebruikt en later ontdekte ik dit op de Fruitweg waar ik kon werken.
Bij het CBG werd mij nooit gevraagd of ik daar wilde werken met micro-verfilming en ik weet nog geen reden daartoe.
Ik had het daar best willen proberen.Het zag er best interessant uit om dat te doen.Het werd mij niet gevraagd.

 Hoofdstuk 10.1995 Werk op de Fruitweg op de afdeling Micro-verfilming.

Daar leerde ik werken met de micro-camera,wat mij op het idee bracht om terug te gaan naar dat bureau die ook dit soort camera`s gebruikt.
Ik had dat beter al dienen aan te vragen op dat bureau,want het zou volgens zeggen van anderen wel een beter maandloon opleveren.
Ik was er echter niet zeker van goede samenwerking met die chef vande betreffende afdeling,want hij had wellicht liever jonger personeel.
Dat was destijds wel mijn vermoeden,want ik zou er niet lang blijven door mijn leeftijd en geen kans krijgen om dat
25 jaar vol te houden.
Ik vond Micro-verfilming best prettig en interessant werk,want dat vroeg beslist oplettendheid om fouten te voorkomen..
Omdat de vereiste werk-snelheid door mijn aangeboren schildklierafwijking niet is te realiseren,zou ik wellicht eerder dat infarct krijgen.
Dat zou dan gebeuren tijdens een eventuele proef-periode en ik twijfel er aan of de chef mij in mijn eigen tempo had laten werken.
Hij wist wellicht dat ik nooit de vereiste productie zou kunnen realiseren.
Achter elkaar geconcentreerd doorwerken zou immers toch niet helpen om de vereiste productie te kunnen leveren.
Daarom is het beter dat ik niet bij dat bureau het microfilmwerk deed.
Bij dat bureau voor Genealogie heb ik ook wel directeuren zien gaan en komen,vanwege hun pensioen of interesse voor ander werk.
Dat geldt ook voor de conservators,waarvan er 1 is gehuwd met een roemeense prinses,welke hij rondleidde door het bureau. Zo begreep die prinses waar haar man werkt en wat hij daar doet.
Ik heb er vanaf 1975 ook nog meegemaakt dat er een Freule bezig was met onderzoek wat ook haar werk was.
De directie-leden werden benoemd door voorzitter Jhr.van Valkenburg die zelf een genealogisch boekwerk schreef.
Hij is helaas overleden.
Voor zover ik mij dat herinner kreeg dit boek de latijnse titel: “Liber Amoricum”. Dat was wetenschappelijk van aard.
Zoiets zal mij nooit meer lukken. Ik hou het gewoon op mijn persoonlijke ervaringen waarmee ik best tevreden ben.
Behalve deze mensen van adel had ik al op de vakschool voor kleermakers kennis gemaakt met een Jhr. met wie ik goede vrienden werd.
Helaas raakte ik hem kwijt door diverse omstandigheden en dat vind ik best wel jammer en ik weet niet of hij nog leeft.
Als hij nog leeft zal hij wellicht al lang met pensioen zijn zoals ik inschat.
Het was goed om hem te leren kennen en over onze interesses te praten.
Vanwege zijn privacy zal ik zijn naam en die van zijn vrouw niet noemen.
Ik respecteer hun privacy zoals dat bij goede vriendschap past.
Mensen van Adel leren kennen heb ik als bijzonder ervaren en uniek.
Wellicht zal het mij wel meer gebeuren, maar dat merk ik dan vanzelf wel.
Het is in elk geval wel een prima ervaring geweest tijdens mijn jeugdjaren en daarna.
Zo heb ik wat bijgeleerd van deze mensen.

   Hoofdstuk 11. 02-06-1999 werk-einde door hart-infarct.

Het gebeurde onderweg naar mijn werk in Den Haag,waar ik niet aankwam,maar wel in het ziekenhuis te Zoetermeer.   Dat was gelijk het einde van mijn werkjaren. Ik was toen al weg bij het CBG en kreeg werk op de Zichtenburglaan.
Op die Zichtenburglaan had ik maar net 3 dagen gewerkt op een administratieve afdeling met checken van olie-bonnen.
Die waren van de Shell en andere oliemaatschappijen,maar dat was voor mij dus van korte duur na 3 dagen.
Daar was niets aan te doen. Voor mij werd dit gelijk vervroegd pensioen vanaf 61 jaar.
Ik kon mij toen meer gaan wijden aan mijn hobby genealogie wat ik op de pc kan uitvoeren ook via het Internet.

       Hoofdstuk 12. Basis van mijn Christelijk Geloofsleven.
          
Voordat ik Heilssoldaat werd door eigen keuze)

Zij waren er wellicht ook getuige van toen ik als baby werd gedoopt in de Regentessekerk aan het Regentesseplein in Den Haag. 1939/1940.
Mijn jongere broer Wim werd gedoopt in de Julianakerk en mijn jongste broer Fred werd gedoopt in de Nieuwe Kerk aan het Spui in Den Haag.
Het was de Geloofswens van mijn ouders en grootouders,hetgeen nu in mij door blijft werken, wat al bekend werd en voorspeld door oma en opa.
Die zusters van onze oma leerde ik kennen als Tante Jaantje en Tante Katrien die gehuwd was met oom Arie de Bruijn
Tante Jaantje van Onselen en haar man Oom Jan Voorberg woonden in de gemeente Honselersdijk,waarvan ik dit nog herinner en nooit kan vergeten.
Ik vertelde mijn ouders zelf dat ik belijdenis wou doen van mijn Geloof en daarmee waren zij echt blij en ontroert omdat het mijn eigen wens was.
Ook de predikant was daar erg blij mee,want ook hij begreep dat eigen vrije wil beter werkt dan dwang.
Dwang werkt eerder averechts.
Vervolgens werden mijn broer en ik lid van het Zangkoor,waarover ik reeds schreef bij de foto van de Muzenstraat met daarin het Miltair Hospitaal
Toen ik met mijn broer Belijdenis van ons Geloof deden in de Ned.Herv.kerk,kwamen deze oom en tante dat meemaken, want oom Jan was ouderling. Hij deed dat in zijn woonplaats Honselersdijk en wilde dat graag meemaken.
Mijn broer en ik waren zijn achterneven,want hij en zijn vrouw waren de oom en tante van onze moeder.
Er was een hechte en gezellige familieband. Deze ervaring zal mij mijn hele leven bijblijven met diepe dankbaarheid.
Oom Jan was schoenhersteller van beroep en er tussendoor bezorgde hij ook overal de post.
Hij herstelde ook schoenen voor mijn ouders. Hij kwam dan vanuit Honselersdijk naar de Muzenstraat in Den Haag.
Blijkbaar vond hij die afstand geen enkel probleem in de jaren 1900.
Ik heb nooit geprobeerd om die afstand te lopen,ook al zou ik de weg weten.
Ook al leven deze mensen niet meer, toch kan ik hen onmogelijk vergeten.
Dit was puur familieliefde, welke mijn ouders ook hebben ervaren.
Zij zijn mij voor gegaan in het Christelijk Geloof door hun familieliefde.
Er was dus geen dwang en zij lieten het gewoon vrij,wat bij mij de basis heeft gevormd om het Geloof te behouden en later zelfs werd versterkt.
Die Geloofs- versterking kwam tot stand bij het Leger des Heils waarover ik al eerder schreef en er nu nog steeds de Geestelijke Kracht van ervaar. Ik zal daarover ook een Persoonlijk Getuigenis schrijven,van wat ik ervaar.
Dat zal ik wat verder in dit boek plaatsen als apart en specifiek hoofdstuk.
Later verneem ik wel wie het ermee eens is of ook ongeveer hetzelfde heeft ervaren en nu ook nog,waarbij het steeds terugkomt met inspiratie.

Mijn Geloofs-overtuiging en ervaring. (vervolg van Hoofstuk 12)

Dit is de basis van mijn leven, werk, studie en hobbies zoals ik dat zelfheb ervaren en nog steeds,maar ook vooral bij mijn Gezondheidszorg.
Mijn geloofs-overtuiging met vertrouwen in God, heeft mij door heel veel ellende heen gesleept, want anders kon ik dit niet schrijven.
Vooral op medisch gebied heb ik vele malen Ziekenhuisverblijf ervaren,welke eerst in het Juliana Kinderziekenhuis te Scheveningen begon. Dat was in mijn kinderjaren na mijn geboorte in 1939.
Het gevolg van Medische ervaringen staat beschreven in het deel “Mijn Zoetermeerse jaren”.

    Hoofdstuk 13.   Inspiratie voor bewegingssport.

In die Haagse Jaren kreeg ik ook zelf het verlangen om aan sport te doen voor de nodige beweging om niet te verstijven, wat bij mij makkelijk gaat.
De oorzaak ligt in mijn niet-werkende schildklier, wat mij werd verteld door de Internist in het Westeinde-Ziekenhuis waartoe ik medicijnen kreeg.
Het werden andere medicijnen dan in het Juliana Kinderziekenhuis en dat zorgde voor minder medische problemen.
Ik begon met deze wandelmedaille voor 25 km door de stad Den Haag.                                                   
Deze wandeling was uitgezet door de Haagse Politie. Het motto was: “Op goede voet met de Politie”.
Dat was in het jaar 1975 en mijn moeder leefde nog.
Zij maakte nog een warm voetbad voor mijn voeten.
Die voeten waren behoorlijk vermoeid, want 25 km door de stad is niet bepaald een lichte wandeling.
Vooral omdat ik dit voor het eerst deed en dus zonder training vooraf, Ik was toen wel 36 jaar.
Nu in november 2016 lukt dat niet meer.

 In 1980 nam ik deel aan de zwemvierdaagse voor 500 mtr per dag.
Dat deed ik met 2 banen op de rug en 2 banen met de schoolslag.
Ik wisselde dat beurtelings. Het resultaat ziet u hierboven.
In 1981herhaalde ik dat en genoot volop van dat zwemmen.
Vooraf had ik het dubbele getraind,dus de echte afstand was makkelijk.
Dat beschrijf ik in een boek over ervaringen in Zoetermeer, mits ik zover kan komen,mits ik niet wordt gehinderd door omstandigheden.
Hierbij hoop ik van harte, dat ik geen extra medische ervaringen erbij krijg,van welke aard dan ook,want die kunnen het meest hinderen.

  1. Vacanties in mijn jeugdjaren.

In mijn jeugdjaren ging ik wel met mijn ouders naar een vacantiekamp van de Ned.Herv.kerk in de Veluwestreek.
Wij deden dat op advies van de wijkpredikant en dat bleek wel voor mijn ouders betaalbaar te zijn in de jaren voordat ik het werk-advies kreeg.
Over dat werk- advies van de predikant schreef ik in het hoofdstuk met de titel: “Van het kastje naar de muur en terug”.
Dat vakantiekamp werd alleen in Nederland georganiseerd.
Wij gingen toen naar Lunteren, Putten en Harskamp, zoals men dat in die jaren kon regelen, totdat de predikant werd beroepen naar een andere wijk.
Tot die tijd konden wij redelijk betaalbaar op vacantie in eigen land en ik kijk er met plezier op terug, want die wijkpredikant was initiatiefnemer.
Ik weet niet of deze predikant nog leeft, maar wel dat hij met Emeritaat is. 

          15.      Mijn interesse voor talenstudies.

Dat begon in 1976 met de Franse taal na de verworven basiskennis op de Waalse school,waar die taal al werd onderwezen. Het Waals is Belgisch.
Dit wordt gesproken in de Belgische provincie Wallonië zoals ik dat leerde.
Het Frans in Wallonië zal naar mijn vermoeden wel anders klinken dan in Frankrijk zelf. 
Er zal dus best wel verschil in zitten.
Voor zover het mij mag lukken,ga ik graag opnieuw mijn talenkennis weer opnieuw proberen op te frissen en uit te breiden voor goede contacten.
De Franse taal is b.v.heel handig bij Genealogisch onderzoek op de archiefsites met bijbehorende correspondentie over wat mogelijk is.
De talen Engels en Duits maakten deel uit van de schriftelijke MAVO cursus bij de Koninklijke PBNA te Arnhem zoals dat heette in mijn jongere jaren.
Het Engels gebruik ik voor contacten met oud-werkgevers van mijn vrouw,maar ook met de zoon en 2 dochters van mijn vrouw op Singapore.
Deze zoon en 2 dochters zijn uit haar eerste huwelijk en hebben recht op contact met hun moeder,wat alleen in het Engels kan, dus ik wil leren.
Uiteraard gaat het langer duren dan gewenst op mijn leeftijd van 77 jaar in november 2016,maar niets doen is ook niet slim,dus ik begin bij het begin.
Dat geldt ook voor de Duitse taal, waarvan ik basiskennis heb op MAVO- d niveau en dat weer eerst kan repeteren na wat nader onderzoek.
Alleen het verstaan in die talen kan een probleem worden maar daarover schrijf ik in een boek over mijn ervaringen in Zoetermeer.

           16.       Mijn muziekkeuze.

Zelf hou ik veel van Marsmuziek, Musetteklanken, Gewijde Muziek,Geestelijke Muziek van het Leger des Heils.
Ook maakte ik mee dat er 3 muziekkorpsen van Tram-maatschappijen vanaf het Plein naar het Binnenhof marcheerden.
Daar gaven zij samen staande een feestelijk concert, maar ook elk korps apart. Ik kon daar echt van genieten want een oom speelde mee. Dat was een halfbroer van mijn vader die trompet speelde.
Als schoolgaand kind vond ik het prachtig om mijn oom mee te zien marcheren en meespelen op zijn trompet.
Dat boeide mij wel.
Enige jaren later zag ik de Politie-Muziekkorpsen uit heel Nederland defileren op het burgemeester Monchyplein.
Dat vond ik fascinerend.
Ik had dat nog nooit gezien, maar het was ook ter gelegenheid van een of ander jubileum en dat was best een unieke gelegenheid. Die stoet werd geopend door de Amsterdamse Politie Kapel.
Zij droegen helmen met pieken wat ik erg imponerend vond om te zien en het ontroerde mij ook wel.
Ik vond het fantastisch om te zien.
Ook van hun marsmuziek kan ik eindeloos genieten als ze met een feestmars aan mij voorbij marcheren waarbij ik geen droge ogen hou. Die blijde klanken doen mij altijd wel wat en geeft een bepaald gevoel.
Ook bij het Leger des Heils hou ik heel erg van het Muziekkorps en de zangbrigade,zoals dat daar gebruikelijk heet. Daarvan geniet ik veel.
Ook klanken van Kerk-orgels vind ik fantastisch om te horen, zodra ik daarvoor even rustig de tijd kan nemen om naar muziek te luisteren
Ik luister graag naar muziek,maar dat hangt af van wat ik doe op dat moment en dan hoor ik het graag op de achtergrond. Bij mij zijn dat dan lichte musette-klanken of van Mantovani.

                 17.           Mijn boekenkeuze.

Dit betreft voornamelijk hobby-boeken,maar ook boeken met Bijbelse grondslag. 
Ik lees geen romans en heb ze ook nooit gekocht.
Vroeger in mijn haagse jaren heb ik wel veel gelezen en was lid van de Openbare Bibliotheek,maar nu val ik in slaap bij de eerste bladzijde.
Dat schiet dus niets op en deed dus liever wat anders,want ik had toen nog geen pc kunnen kopen en gebruiken.

  1. Vacanties in het buitenland (1978 t/m 1982)

                                                       Europa.
    In 1978 ging ik voor het eerst een buitenlandse vacantie houden met mijn twee jongere broers per trein naar Oostenrijk in Salzburgerland en m.n.in Pongau.
    Daar sliepen wij in hotel Post in de gemeente Schwarzach,van waar uit wij veel wandelden,want het was daar een fanfastisch mooi landelijk gebied.

 Station Schwarzach.
 Totale Hotel gevel.

Hotel Entree.
Uitzicht vanuit slaapkamer.

Het eten in het hotel vonden wij voortreffelijk en heerlijk smaken.Dat was prima.
Ook bezochten wij de stad Salzburg waar al tribunes waren gebouwd voor de beroemde Salzburger Festspiele, waarover ik toen het volgende feit vernam.
De toegangskaarten moesten 1 jaar van tevoren worden besteld, want er was enorm veel belangstelling voor waarbij ook in de open lucht werd opgetreden.
Met mijn broers zat ik op een terras dat de Mozartplatze heette en waar de koffie in mooie mozartbekers werd geserveerd met flinke gebak- punten.    
Wij zagen daar ook prachtige fresco`s en andere gevel-kunst zoals deze twee.
Op de volgende pagina toon ik 2 gevel- kunsten, welke ik echt mooi vond en dat leek mij ook wel klassieke kunst, ook al heb ik er niet echt verstand van.
Ik heb er toen met bewondering naar staan kijken en kon er echt van genieten.
Veel ervan geven mij eigenlijk een stukje rust in mijn ogen, want ik vind het echtwel edele kunst, maar dat is nu eenmaal mijn idee. Daarover valt niet te twisten.

3 fresco`s
Andere gevelsoort die ik niet ken.

                        1979 vacantie op kanaal-eiland Jersey.
In 1979 ging ik met een reisgroep van de NCRV per vliegtuig naar het Kanaal-eiland Jersey,dat zowel Frans als Engelstalig is,maar het Engels wel meer.
Wij logeerden in het Highlands- hotel in het plaatsje La Corbière aan de kust nabij de vuurtoren en de bushalte. 
Die bus bracht je naar St.Helier.
Het was de hoofdstad van het eiland en daar bezocht ik mijn uniform het het korps van het Leger des Heils in de samenkomst op zondag.

Highlands Hotel te La Corbière.

Ik was op 07-01-1979 al ingezegend tot Heilssoldaat,dus ik bezocht daar de
Engelstalige makkers om mijn kennis van die taal te leren gebruiken.

Leger des Heils gebouw.
Interieur van dat gebouw. 1 deel.

Dat werd daar uiteraard zeer gewaardeerd toen ik zei dat ik die taal beter wil leren gebruiken en dat kon ik gelukkig in het Engels vertellen.
Vanuit het hotel ging ik ook naar het overdekt zwemad bij St.Helier om mij daar even fit te zwemmen en later hoorde ik marsmuziek in de stad.
Dat werd gespeeld door de Britse Marinierskapel die marcheerde naar het stadspark en zij speelden de mars
“Colonel Bogey on Parade”.Zie hieronder de foto`s welke ik zelf maakte van deze unieke gelegenheid.
Dat kwam niet alle dagen voor in mijn leven, dus dat was wel even geluk.

Zwembad bij Hoofdstad St.Helier.
Britse Marinierskapel.

Uiteraard sprak ik daar Engels, want ik had eerst thuis al veel zitten leren.
Daarop kom ik terug in een apart gericht hoofdstuk over mijn talenstudie.
Vanuit Jersey maakte de groep ook een boot- excursie naar het eiland Guernsey.
Daar bleek een grote aardbeienkwekerij te zijn.

                           Bezoek aan Kanaal-eiland Sark.

Later ook nog naar het eiland Sark, waar geen vliegtuig kan landen en
geen auto`s kunnen rijden, maar alleen Paard en Wagen. Zie de foto`s.
Dat eiland is 1 brok natuur met een paar straatjes en souvenir-winkels.
We gingen met de draagvleugelboot en moesten midden op zee overstappen
op een grote motorboot, want het haventje was te smal.

Paard en wagen is het vervoer op Sark. Ook langs dit winkeltje.

Nu volgen er nog 4 foto`s die ik daar maakte bij prachtig zonnig weer.

Dit was zonnig winkelen en daarna eten in dit kleine restaurantje.

 Zo is dat natuurlijk een heerlijke dag om daar het eiland te verkennen.

ik vond dit een bijzondere
viersprong om te wandelen.
Het haventje vond ik ook heel apart.

Dit was echt een aparte belevenis,die ik niet kan vergeten en wat ik niet had willen missen, maar dit besef ik dan pas later. Een heel aparte ervaring. Gelukkig was de zee toen wel rustig, anders wordt daar niet gevaren.

                         1980. Vacantie in Oostenrijk.(Tirol)

In 1980 ging ik met een ander gezelschap van de NCRV met de bus naar Oostenrijk en wel naar Tirol, dus er werd gejodeld zonder op tenen te staan.
Daar logeerde het gezelschap in een hotel dat in de gemeente Fügen stond.
Vanuit mijn kamer kon ik een stoomtrein zien rijden en dat leek wel miniatuur.
Ik hoorde daar echt de stoomfluit en dan lijkt het een sprookjeswereld.
Daar kon ik dus weer mijn duitse taalkennis uitproberen wat ook best lukte.

                         1981. Opnieuw vacantie op Jersey.

In 1981 ging ik weer met de NCRV vliegen naar Jersey, want dat beviel mij fantastisch op dat eiland en bezocht weer dat korps in St. Helier.
Ik leerde daar ook sneller mijn wegen te vinden door mijn taalkennis.
Ook dat is voor mij een heel rijke ervaring en het schept heel veel plezier.

In dit Pension/hotel verbleef ik tijdens mijn vacantie en kon er gewoon Nederlands spreken.

                          1982.Vacantie naar Oostenrijk. (Gablitz.Wienerwald. Wien)

In 1982 ging ik alleen met vliegtuig naar Oostenrijk, maar nu naar Wenen met het Wienerwald waar ik een pension/hotel trof in het plaatsje Gablitz.
Ook daar heb ik heerlijk gegeten en een boswandeling gemaakt waarbij ik ook nog even moest klimmen.
Toen ik daar boven kwam kon ik een melkproduct proeven met de naam milchramstrudeln en daarvan nam ik 2x omdat ik het razend lekker vond. Uiteraard kwam dat natuurlijk door die klimpartij wat hongerig maakt.
Vanuit Gablitz nam ik de bus naar Purkersdorf, waar ik opstapte op de metrolijn naar Wenen,waar ik ook aardig heb gewandeld.
Ik wou Wenen te voet verkennen en zag daar nog oude trams rijden, dus men was daar nog erg zuinig mee in gebruik en er erg aan gehecht.

In Wenen zag ik ook een gebouw van het Leger des Heils dat daar de naam Die HeilsArmee heeft en sprak daar een jonge luitenant.
Hij was daar korps- officier en hij nodigde mij uit voor de lunch bij hem thuis,wat ik graag deed voor contact in de Duitse taal.

                       1983. Vacantie op Singapore.

Ik woonde toen al in Zoetermeer en in 1983 vloog ik naar Singapore voor een vacantie van 3 weken en bezocht de samenkomsten van het Leger des Heils.
Dat hoofdkwartier was toen gevestigd in een oude chinese tempel aan de Clemenceau Avenue.
Daarin werden toen de samenkomsten gehouden.
Dat werd geleid door een kapitein van het Leger des Heils uit Canada.
Ik maakte daar ook het afscheid mee van Commissioner Maxwell, die terug ging naar Londen,waar hij de Chef-Secretaris werd.
Na een samenkomst ontmoette ik een lieve jongevrouw die 2 jaar jonger dan ik bleek te zijn.
Ik zag Anna voor het eerst na de Samenkomst van het Leger des Heils op Singapore.
Zij zag er heel eenvoudig uit in haar zomerse kleding. Daarvan weet ik niet meer welk soort kleding
Zij was nog geen soldaat maar bezocht gewoon desamenkomsten. Zij keek mij gewoon rustig aan.
Zij sprak heel vriendelijk en dat sprak mij wel aan.
Ik wou wel nader kennis met haar maken en zag een mooi parkje aan de overkant van het Leger des Heils.
Ik vroeg haar met mij te wandelen naar dat parkje waar ook een leuk terrasje was.
Daar dronken wij vers uitgeperste sinaasappels met ijsklontjes. Ik vond haar aantrekkelijk door eenvoud.
Toen dacht ik dat ik haar wel als mijn vrouw wou hebben en keek haar wel verliefd aan. Zij leek lief naar mij.
Onze eerste ontmoeting bleek te klikken. Anna zag kennelijk wel wat in mij als haar man.
Mijn wens was ook die van mijn moeder dat ik een Indische vrouw zou trouwen.
Toen ik thuis geen Indisch wilde eten door die hete kruiden zei ze: Ik mag lijden dat jij een Indisch vrouw
zal trouwen.  Welnu, moeder kreeg haar zin. Ik trouwde inderdaad een Indische vrouw.
Helaas gebeurde dat jaren later na haar overlijden. Moeders wens werd ook de mijne en met vreugde.
Ik vroeg Anna ten huwelijk binnen één week voordat ik terug naar Nederland vloog. Anna zei JA tegen mij.
Zij was de eerste vrouw die met mij wilde trouwen. Ik voelde mij in de “Zevende Hemel”
Anna moest wel eerst haar baan opzeggen bij een Nederlandse Werkgever die ik ook leerde kennen.
Wat daarna gebeurde staat beschreven in het boekje met de titel “Levenservaringen van Anna en Anton Doove”.
Na die vakantie in Singapore volgde alleen nog een vakantie in Engeland hetgeen in dat boekje staat beschreven.
Dit staat ook vermeld op de blog van mijn lieve Anna voor wie ik haar gewenste ervaringsteksten schreef.
Hiermee heb ik haar wens vervuld. Zij heeft het dus helaas niet kunnen meemaken.
Uit liefde voor mijn Anna zal ik deze blog graag op het web publiceren zodat er kennis van kan worden genomen door bezoekers die er interesse voor hebben.

Hoofdstuk 19
        Huwelijk Anna met Anton in 1984

Wij konden echter niet in Nederland trouwen, omdat de geboortedatum van Anna niet volledig was.
Het bevatte alleen een jaartal zonder exacte datum.
Wij belden toen de Britse werkgeefster van Anna, die Fiona heet en zij regelde dat Anna en ik konden trouwen.
Dat gebeurde in Poole. Graafschap Dorset voor de Burgerlijke Stand (Civil Records) in 1984.
Anna en ik verbleven eerst in een buitenverbijf van de Britse werkgeefster die Fiona heette.
Dit buitenverblijf was in het kustplaatsje Swanage aande zuidwestkust van Engeland.
Daarvan toon ik de zelfgemaakte foto’s van wat wij zagen in Swanage bij mooi weer in December 1983.
Die foto’s staan op de volgende pagina.  Helaas kan ik de onderstaande foto's niet groter maken. Dat wordt onscherp.

Op 15-01-1984 keerden wij terug naar Nederland. Ik moest ook weer werken.
Toen Anna en ik terugkwamen.op Schiphol vroeg de douane-beambte om de gele kaart voor Anna.
Ik vroeg dus: we zijn toch niet met voetballen bezig? Hij schoot in de lach en zei dat het om iets anders ging.
Ik noemde toen de naam van een politieman bij de vreemdelingenpolitie te Zoetermeer.
Daarna mocht ik mijn bruid Anna meenemen. Wij bezochten de vreemdelingenpolitie te Zoetermeer.
Die feliciteerde ons oprecht met ons huwelijk. Ook toonden wij onze Huwelijksacte bij de afdeling
Burgerlijke Stand op het stadhuis te Zoetermeer. Daar maakten zij een kopie van onze Engelse huwelijksacte.
Ons Burgerlijk Huwelijk was toen ook in Nederland geldig en Anna wisselde  haar Singaporese paspoort in voor een Nederlands paspoort. Drie maanden later werd ons huwelijk ingezegend bij het Leger des Heils.

Deze foto werd genomen bij het restaurant De Bijhorst Wassenaar op 14 maart 1984.

Ondertussen was Anna zwanger geworden en was wonen in mijn vrijgezellenhuisje niet meer mogelijk,
Ik woonde aan de Vaartdreef 10. Wijk Seghwaert. Anna was toen best tevreden met die woning,maar
zij raakte in verwachting. Toen zorgde ik gauw voor een grotere woning via de woningbouwcorporatie Vidomes.
Het werd een flatwoning op de derde etage op de ronde hoek van de Leeuwenhoeklaan.
Daar konden wij wonen voordat ons kind werd geboren.
Ons kind (een dochtertje)werd gezond geboren op 10-10-1984 in het Diaconessenhuis te Voorburg.
Dat was destijds al een zogeheten 24-uurs bevalling waar ik bij was.
Direct na het verschonen kreeg ik dat lieve kleine wondertje in mijn armen.
Wij noemden haar Maureen-Rose, want wij zagen haar als een mooi klein Roosje.
Wij zijn nog steeds dolgelukkig met Maureen-Rose.
Na deze periode kregen wij een mooie eengezinswoning toegewezen in de nieuwste wijk Noordhove.
Daar zijn straten genoemd naar architecten en stedebouwkundigen.

Hoofdstuk 20.

      Anna`s educatie te Zoetermeer Na 1984.

In Nederland zorgde ik voor het onderwijs in lezen en schrijven voor Anna.
Dat onderwijs heeft Anna op Singapore nooit gekregen,maar haar kinderen wel.
Ik vond dat geen probleem,want in Zoetermeer vond ik snel 2 vrijwilligers.
Zij zorgden na elkaar voor de nodige basiskennis.
Zo leerde Anna het als een kind die voor het eerst naar school gaat.
Daarna kon Anna naar het ID-college te Zoetermeer. Het is een school voor volwassenen-educatie.
Bij die school leerde zij ook fietsen met hulp van andere vrijwilligers.
Zo kon Anna zelf naar school fietsen op een tweedehands fiets.
Ondertussen kreeg Anna van de Zoetermeerse Wethouder haar derde verklaring.
Zij had die cursus met succes gevolgd. Dit noem ik een uitstekend doorzettingsvermogen,
Daarbij hielp ik haar thuis met uitleg over wat zij leert.
Dat deed ik ook bij het ETV-lezen en schrijven,waarvan Anna ook gratis lesboeken kreeg bezorgd.
E-TV staat voor Educatieve TV
Zij kreeg hiervoor een tip van haar docente,waarvan zij ook gebruik maakte
Het is immers niet niks als je tijdens je eerste 40 levensjaren nooit onderwijs kreeg.
Anna begon dus nog de Nederkandse taal te leren zonder vertaal-opties uit talen op Singapore.
Het Nederlands was voor haar een vreemde taal. Zij leerde op Singapore wel Engels verstaan en spreken
in de wandeling maar nooit schrijven. Anna kon dus niet leren middels vertaal-opties.
Daarom zocht en vond ik vrijwilligers met onderwijsbevoegdheid.
Dit plan slaagde prima,waardoor Anna meer leerde begrijpen. Voor mij is het één van mijn favoriete hobbies om
Anna te helpen. Ook over wat reclame-folders vertelden en de boodschappen.
Ik kon haar helpen met haar huiswerk van school en dat deed ik ook.
Het zou nooit kunnen als ik was overleden voordat ik 30 jaar zou worden,zoals in mijn jeugd werd voorspeld.
Dat werd voorspeld door medisch deskundigen. Ik zou niet eens 30 jaar worden. Ik werd zelfs 80.
Wij waren actief als soldaat van het Leger des Heils in Zoetermeer.

                              Hoofdstuk 21.

     Onze activiteiten bij het Leger des Heils.

Op 07-01-2009 was het 30 jaar geleden dat ik tot Soldaat van het Leger des Heils werd ingezegend.
Op 14-01-2009 konden Anna en ik ons Zilveren Huwelijk beleven.
Op 14-03-2009 vierden wij ons Zilveren Huwelijk in Korps Zoetermeer van het Leger des Heils.
Ons huwelijk werd al ingezegend op 14-03-1984.
Het jaar 2009 was voor Anna en mij omdat ik in Oktober van dat jaar een Hart-operatie kreeg.
Daarbij kreeg ik ook nog 4 by-passes. Ik heb dit goed gelukkig goed kunnen doorstaan.
Ook werd ik 70 jaar in November 2009. Anna en ik zijn soldaten van het Leger des Heilskorps te Zoetermeer.
Wij zijn dat met blijdschap om onze taken te vervullen.
Anna liet zich echter pas inzegenen tot soldaat in 2002 op haar eigen verzoek.Het was haar wens.

Anna werd ingezegend. Dat was destijds in de kantine van het ouderencentrum Schoutenhoek.

Hier verlieten wij De Schoutenhoek in onze zomer-uniformen.

Daarmee is Anna gelijk de éérste die zich in Zoetermeer tot Heilssoldaat liet inzegenen.
Dit gebeurde toepasselijk op de eerste Pinksterdag
Wij hadden ieder onze eigen soldatentaak die wij niet meer kunnen uitvoeren door omstandigheden.
Het voert te ver om die omstandigheden te beschrijven. Anna en ik losten dat samen op zonder anderen lastig
te vallen.
Zodra dat voorbij is zien wij wel verder of wij weer als Heilssoldaten onze vrijwilligerstaken kunnen oppakken.
Dat uitvoeren kan zolang onze gezondheid dat toelaat. Uiteraard zal dat in aangepaste vorm gebeuren.
Ook dat is dienstbaarheid. Dat is zoals William Booth dit beschreef  in zijn Bijbelse leerstellingen.
Ik ben het helemaal eens met die stellingen van de stichter Wiliam Booth.
Ik las dat in het boek “Leger zonder Vijand”. De auteur van dat boek is Richard Collier.
Ik las dit in de Nederlandse vertaling. De Engelse titel is; “The General next to God”.
Wellicht is dit boek alleen nog te vinden in de Openbare Bibliotheken.
Na het lezen van de Nederlandse Vertaling ging ik naar de Congreszaal in Den Haag.
Daar bezocht ik de samenkomsten op de Zondagen. Ik bleef daar komen totdat er een korps in Zoetemeer
werd gesticht. Dat begon naar mijn schatting in 2000.
Voor het korps Zoetermeer bracht ik in de wijken Noordhove-Seghwaert de korpskrantjes rond.
Dat deed ik éénmaal in de 3 maanden met volle accu op mijn 3-wielige fiets. Dat klaarde ik op 1 dag.

Deze 3-wieler heb ik nu met accu sinds twee of drie jaar.
Toen ik de korpskrantjes kon bezorgen,had ik nog geen accu.
Toch reed ik alles binnen 1 dag.
Dat is nu in 2020 niet nodig.

Anna fungeerde als gastvrouw bij de seniorenclub van het korps wat ze leuk vond.
Zij stelde voor zichzelf ook een stop in om andere dingen te kunnen verwerken.
Ik deed met Anna mee,want ik had zelf ook veel dingen te verwerken die niet zo simpel lagen.
Daarom konden Anna en ik toen geen vrijwilligersdiensten aanbieden.
Anna stond graag als soldaat bij de kerstpot van het Leger des Heils. Dat deed zij rond de Kersttijd.




Dat deed ik vroeger ook en ik doe het weer als het niet glad is op straat.
Ik dacht er wel aan om voor mijzelf eens na te gaan wat ik nog aan nieuwe diensten kan aanbieden.
Het gaat dan om wat het Korps nog niet heeft en goed bruikbaar is.
Ik dien er wel zelf toe in staat te zijn en verstand hebben van wat ik aanbied uit eigen ervaring.
Bijna vergat ik nog te vermelden dat ik mij in 1981/1983 opgaf voor de opleiding tot Officier van
het Leger des Heils maar het werd afgewezen.
Mijn gezondheid liet te wensen over,maar mijn aanmelding werd beslist gewaardeerd.
Ook bij een tweede poging werd ik afgewezen,wat wel in mijn eigen belang werd beslist.
Ook toen werd mijn aanmelding gewaardeerd zoals de officier mij verzekerde. Zij bezocht mij thuis.
Toen woonde ik nog alleen in een woning voor alleenstaanden en plande nog geen reis naar een warm land.
Ik plande dat pas in 1982 en ging in 1983.
In 2000 begon ik met de toerustingsopleiding voor Heilssoldaten dat 3 jaar duurde.
Ik behaalde het Einddiploma in 2003.

De cursus had diverse topics:
1. Oude testament.
2. Nieuwe testament.
3. Geloofsleer.
4  Pastoraat.
5. Geschiedenis van het
    Christendom.
6  Kennis andere religies

Er waren nog andere vakken die ik niet meer weet.
Voor dit doel ging ik graag naar Lunteren en een andere keer naar Almere.
Dat was maandelijks.
Met plezier kijk ik naar Anna”s inzegening in 2002 en mijn behaalde Einddiploma in 2003.
Dat zijn onze fijne ervaringen bij het Leger des Heils
Anna en ik voelen ons thuis bij het Leger des Heils.
Momenteel is Anna alweer 2 jaar thuis bij haar Vader in de Hemel,waar ik ook eens zal komen.
Dat berust op mijn jarenlange Geloofsvertrouwen.

                       Hoofdstuk 22.
             Genealogie Anna Doove-Yeo.

Deze is zo goed als onmogeliijk omdat haar ouders onbekend zijn evenals eventuele broers en zusters. Dit zijn dan de broers en zusters van haar ouders.
Anna heeft ze nooit gezien sinds 1942 toen zij was geboren en als vondelingetje werd achtergelaten.
Anna`s familienaam Yeo is namelijk een Chinese adoptienaam waaruit niets is af te leiden.
Het is niet af te leiden naar haar biologische ouders,ooms of tantes.
Anna is op Singapore wel getrouwd geweest met een Chinese man,waarvan zij ook is gescheiden
Uit dat huwelijk zijn wel één zoon en twee dochters geboren.
Die Chinese vader overleed op de leeftijd van 70 jaar.
Hij is net als ik geboren in 1939,zoals ik van Anna vernam.
De Genealogie van Anna bestaat verder alleen uit haar zoon en twee dochters.(qua nazaten)
Zij kregen een Nederlandse zuster door mijn huwelijk met Anna.
Ik ben de tweede man van Anna.
Voor het overige bestaat Anna`s Genealogie puur uit werkgever relaties en de getuigen bij ons huwelijk. Dat was het Burgerlijk Huwelijk in Poole. United Kingdom.
Verder kon Anna alleen maar vertellen over haar ervaringen qua soorten werk en wat daarbij gebeurde. Dat staat al in haar blogdeel beschreven.

                     Hoofdstuk 23.

           Genealogie.( Familie Stambomen)

Het betreft hier de Families: Doove, Jillissen,van Onselen, Putters en van Graafeiland.
Ik werkte onder andere bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag. (CBG)
Daar kunt u uw eigen familie-stamboom zelf op-bouwen met gegevens uit Nederland en Buitenland.
Zo is te ontdekken waar en wanneer de oudste stamvader werd geboren.
Tevens kan men het beroep en religie vinden van familieleden met wat puzzelen.
Uiteraard is dat erg boeiend om er ook van te leren.
In mijn geval betreft het de families Doove en Jillissen.
Dit zijn familienamen van mijn ouders en grootouders.
Daarmee ben ik begonnen en wil ik verder uitbouwen op mijn weblog.
Dit licht ik toe met gevonden foto’s en ander beeldmateriaal op deze blog.
Helaas zijn de volgende stamboom afbeeldingen te klein om te kunnen lezen in een boek.
Er zal geen boek van mij in de winkels belanden door medische ervaringen.

Ik heb tijdens mijn onderzoek enkele feiten ontdekt die ik beslist wel bijzonder vind.
Dit wil ik graag met de lezers delen.
1.Zowel aan vader’s als moeders kant’ blijken blijken de voorouders in Duitsland te zijn geboren.
Dit is echter wel een voorlopige ondekking.
2.De moeder van mijn moeder is in Monster(Westland) geboren.
Aan vaders zijde blijken sommige voor-ouders ook in het Westland te zijn geboren.
Het lijkt er op of de familie bij elkaar kropen. De Duitse voorouder vestigde zig in de provincie limburg.
Daar huwde hij een Nederlandse vrouw.
Daaruit zijn zonen geboren die naar Leiden zijn vertrokken en stichten daar ook gezinnen.
Zij beoefenden diverse beroepen.
Een deel daarvan trok naar Den Haag en anderen naar Utrecht en Rotterdam.
Van daaruit trok weer een nieuwe generatie via Breda terug naar Limburg en wellicht naar Duitsland.
3.De Duitse voorouder bleek te Gangelt te zijn geboren in 1732/33
Aan moederszijde was er ook een Duitse voorouderdie in Rheinberg was geboren.
Wellicht was dat in hetzelfde jaar als de voorouder van mijn vader.
Aangezien Gangelt en Rheinberg misschien niet dichtbij elkaar liggen,zullen ze elkaar nooit gekend hebben.
Dat zou toevallig zijn geweest.Ik ben nog niet zover gekomem, maar dat geeft niet.
Een ander onderwerp van mij vermeld de beroepen van mijn overgrootvader met zijn zonen en dochter.
Daardoor had ik bijna hetzelfde beroep uitgeoefend als zij mij hadden leren kennen. Kleermakers.
Erg veel kon de zuster van mijn vader daarover niet meer herineren.
Hierdoor mis ik wel een extra stukje historie wel heb ik destijds de broer Willem van mijn opa Doove leren kennen
en zijn zuster Josephine. Beide mensen zijn mijn Oud Oom en Oud-Tante.
Zij konden na hun eigen bedrijf  bij de Bonneterie werken dat een gerenommeerde naam had.
Mijn Oud-Oom Willem mocht daar nieuwe kleermakers opleiden,zoals het mij werd verteld.
Toen ik die broer en zus van opa Bernardus Lambertus Doove leerde kennen waren zij met pensioen.
Zij konden mij het val niet meer leren,want dat was voormij wel te laat.
Zijn vader Franciscus Wilhelmus Doove zou dit anders hebben aangepakt.Helaas was hij reeds overleden
Franciscus Wilhelmus had geen vakschook nodig.
Hij leerde het vak puur en alleen in de dagelijkse praktijk van andere kleermakers. Zo had ik het ook willen leren.
Misschien hadden mijn groovader en overgootvader wel een middeltje tegen tranpiratie-handen.
Wellicht hadden zij er zelf ook last van. Dat uiteraard puur gissen. Ik heb ze nooit  gezien.
Dat neemt niet weg dat ik weldegelijk intresse heb voor hun toenmalige werlwijze.
Zij bleken prima vakmensen te zijn geweest. Vakmanschap was voor hun ook meesterschap.
Anders mocht je bij de Bonneterie niemand anders opleiden in dat vak.
De Eisen waren daar wel erg hoog.
Zo heb ik dat begrepen omdat die kleding daar te duur was voor de gewone man of vrouw
Bij dat bedrijf kochten alleen mensen met hoge inkomens. De eisen moesten dus wel erg hoog zijn.
Daaraan konden de broers en zus van mijn opa Doove zich kennelijk goed aanpassen.
Dat was om die kleding naar wens te maken.
Bij de Bonneterie kun je tegenwoordig ook een( duur) kopje koffie nuttigen.
Het blijft dus in stijl bij de prijs van de kleding.
Nu in 2011 en in 2020 kan ik schrijven over mijn familie-stambomen.
Wel valt er op dit gebied van Familie-Stambomen nog heel veel te leren.
Ik merk te weinig interesse en overtuiging bij Families Doove-Putters en Jillissen-van Onselen.
Dat is bedoeld voor hun Stamboom met Geschiedenis. Ik besloot om zelf met hun Genealogie door te gaan.
Dit kan ik best wel alleen doen totdat de hele familie er achter komt om zelf de bijdrage te leveren en zoeken.
ik zie wel in de praktijk of ze alsnog geïnteresseerd zullen raken. Dat gebeurt niet meer
Alle ooms en tantes zijn inmiddels overleden
De stambomen met afbeeldingen plaats ik liever op mijn weblog.
Daar kan ik makkelijker hun gegevens wijzigen. In een boek kan dat niet.

                       Hoofdstuk 24.

         Herinnering aan Opa van Graafeiland.

Deze opa huwde met mijn oma Doove-Putters na haar scheiding met opa Doove.
Opa Doove had eerst zijn vrouw met dochter en twee zoons laten zitten zoals ik vernam.
Mijn vader was de jongste zoon van zijn ouders.
Hij werd met zijn broer en zuster opgenomen in de Rooms-Katholieke weeshuizen.
Toen oma huwde met opa van Graafeiland haalde hij die 3 kinderen weg uit die weeshuizen.
Dat waren mijn tante Rie,Oom Jan en mijn vader. Tante Rie was ouder dan haar twee broers.
 Uit dat huwelijk van opa en oma van Graafeiland werden 2 zoons geboren.
 Dat zijn mijn twee half-ooms Joop en Chris.
 Opa en oma kwamen veel oppassen toen ik met mijn twee jongere broers nog kinderen  waren.
 Van mijn opa van Graafeiland vergeet ik nooit dat hij een vlooienspel meenam.
 Zo speelde hij met zijn kleinzoons dat vlooien-spelletje dat bestond uit plastic schijfjes.
  Met het ene schijfje kon je de ander weg laten springen. Dat gaf vaak dolle capriolen.
  Dat wekte onze lachlust op. Ook gaf hij mijn ouders het advies om een arts te raadplegen.
  Hij zag dat zijn kleinzoons iets mankeerde en wou erger voorkomen.
  Hierover schreef ik al in het hoofdstuk over mijn Gezondheidsbeperkingen.
  Van zijn zoons Joop en Chris herinner ik mij ook leuke dingen zoals dat zij werkten op de tram.
  Dat waren de trams van de Haagse Tramweg Maatschappij.
  Oom Joop was bestuurder en oom Chris was de conducteur op de bijwagen.
  Oom joop nam zijn neefjes graag mee naar het overdekte zwembad aan de Mauritskade.
  Oom Chris speelde graag trompet in de Haagse Tram Harmonie.
 Ik zag hem meemarscheren in dat muziekkorps.Als kind zijnde vond ik dat geweldig.
 Mijn vader kon goed opschieten met zijn halfbroers.
 Oom  Joop vond de Bruine Bonensoep zo lekker die mijn moeder klaarmaakte.
 Oom chris en zijn vrouw tante Co kwamen graag een kaartspelletje spelen.
 Dat was toen Canasta of Klaverjassen en dat getuigt wel van hele goede familiebanden.
 Die contacten tussen de halfbroers en hun vader waren uitstekend.
 Zij verdienen beslist niet die slechte titel “Stiefvader” of “Stiefbroers”. Zo gedroegen zij zich niet.
 In dit geval heb ik dus beslist veel positieve herinneringen en ervaringen.
 Dat was echt een leuke gezellige Periode.

                          Hoofdstuk 25.

           Herinneringen aan Opa en Oma Jillissen-van Onselen.

Ik heb het dan overde ouders van mijn moeder wiens vader een geboren Hagenaar was.
Zijn vrouw was geboren in Monster.( Westland) Opa heette Antonius Jillissen en werd Toon genoemd.
Oma heette Alida Hendrika van Onselen. Zij werd gewoon Aaltje genoemd.
Van deze oma leerde ik ook haar zusters kennen met hun mannen.
Tante Katrien met Oom Rinus en Tante Jaantje met Oom Jan. Zij woonden in Honselersdijk.
Tante Katrien en Oom Rinus woonden in Loosduinen. Oma had ook een zuster Leentje.
Ook had oma twee broers Gerrit en Piet.
Die Oom Piet was een klein mannetje die op zijn fiets een mand met konijntjes bij zich had.
Ik was toen zelf nog een peuter of misschien wat ouder en ik keek mijn ogen uit naar die diertjes
Dat zag Oom piet en hij sprak heel vriendelijk. Zijn zusters en zwagers deden dat ook wel.
Dat is mij wel altijd bijgebleven naast knuffels van oma en opa.
In Den Haag woonden zij eerst op het Tuinderslaantje als zijstraatje van de Loosduinseweg.
Later woonden zij op de Loosduinseweg.Daar hadden zij een ren met kippen.
Ook stond er een hok met konijnen.
Als kind zijnde keek ik er graag naar  en mocht opa helpen met voeren van die dieren,wat ik graag deed.
Opa kwam rustig op zijn fiets naar de Muzenstraat waar ik woonde met mijn ouders en jongere broers.
Daae zette hij zijn fiets neer aan de overkant van onze woning en liep met ons naar onze school.
Hij deed dat heel graag.
Toen Opa en Oma 50 jaar getrouwd waren,kregen zij een muzikale hulde van een Haags muziekkorps.
Dat was toen “Klein maar Dapper”. Het stond onder leiding van hun oud-buurman Leen Vleeschhouwer.
( helaas mis ik hiervan de foto)
Als kind zijnde genoot ik van die marsmuziek en kan er nog steeds ontroerd van raken.
Marsmuziek is naar mijn gevoel ook echt iets feestelijks. Dit soort muziek raakt mij heel diep in mijn hart.
Het zegt iets van een feestelijke stemming alsof er iets is overwonnen en er iets is geslaagd.
Uiteraard geeft dat blijdschap in het hart om te jubelen,wat een mens nodig heeft.
Zulke ervaringen kan ik onmogelijk vergeten. Bij bepaalde gelegenheden komt dit “boven drijven”.
Voor mij waren dit zeer bijzondere ervaringen. Dit gebeurt mij niet dagelijks.Dat hoeft ook niet.
Er zijn ook best wel andere ervaringen die ik niet had willen missen en nu kan beschrijven.
Mijn moeder leerde mij hierover dat “wat ik destijds heb ervaren niet altijd zo blijft.
Ik heb dan toch in die tijd mijn ervaringen wel gehad. Niemand kan dat afnemen.

                          Hoofdstuk 26
Medische ervaringen te Zoetermeer.

Mijn Ogen werden bevrijd van Staar in 2018 en 2019

Aan mijn linker-oog ben ik al geholpen en krijg ik thuis de nadruppeling tot 30-11-2018.
Ik wordt dan verwacht bij de Optometrist in het Ziekenhuis. Dat was voor de glassterkte voor een nieuwe bril.
Ook werd een afspraak gemaakt voor mijn rechter-oog en volgde een nieuwe afspraak.
Daarna volgde een nieuwe periode van nadruppelen met een oog-kapje op het oog tijdens nachtrust.
Overdag mocht het af.

                    Mijn val van de trap.

Het is een wonder dat ik nu deze blog kan schrijven, want op 15-10-2018 maakte ik onverwachts een koprol van de trap. Dat gebeurde in mijn vorige woning op het Quistplan en ik was maar kort bewusteloos.
Ik werd wakker en kroop naar de woonkamer waar ik een korte poos bleef zitten. Daarna kon ik opstaan en 112 bellen.
Er was niemand bij mij om dat te doen,want ik woonde alleen.
Ik kon zelf de voordeur open doen waar de ambulance-hulp al klaar stond en mij naar de ambulance hielp.
Ik was in staat om er zelf in te klimmen,waarna de rit naar het ziekenhuis volgde.
Daar werden foto`s van mijn rug gemaakt.
Ook een hersenscan werd gemaakt en bleek niets te zijn beschadigd evenals geen breuken. Dat is ook wonderlijk.
Op 30-10-2018 kon de oogarts toch nog mijn linker-oog opereren,wat prima verliep om de staar te verwijderen.
Inmiddels is dit alweer gebeurd met mijn rechter-oog,zodat ik ook daar de staar kwijt raak
Ik zou wel een bril blijven gebruiken volgens de oogarts. De oog-arts zei dat al en ik heb er geen probleem mee.
Beter kunnen kijken en lezen vind ik belangrijker.
In 2015 nam ik deel aan schrijven op de site van de organisatie “Heel Nederland schrijft”.
Ik wou dat eenvoudig houden en schreef het volgende artikel naar mijn overtuiging.

                    Hoofdstuk 27.
                Professioneel in eenvoud.

Ik lees en hoor zoveel over de Professionaliteit van producten en diensten waarvan de prijzen te duur worden.
Dat geldt ook voor cursussen en langere opleidingen, wat niet door iedereen betaald  kan worden.
Wie het niet kan betalen heeft vaak toch het talent om die opleiding te kunnen volgen.
Voor deze mensen is dat bedrag een absoluut "struikelblok",waardoor zij geen professionals kunnen worden.
Ik neem mijzelf maar even als voorbeeld met mijn inmiddels bestaande blog en een zelfgeschreven boek.
Voor het schrijven van boek en blog had ik nog nooit een opleiding gevolgd op welke school dan ook.
Het was mij niet eens bekend of dat er was,maar ik had in mijn jongerentijd wel veel boeken gelezen.
Tegenwoordig van ik bij de eerste pagina al in slaap en schiet daarover in de lach,want ik vind dat wel komisch.
Ik wist en zag hoe een boek in hoofdstukken is ontstaan plus inhouds-opgave en een titel voor elk hoofdstuk.
Met die kennis begon ik zelf te schrijven op papier na het verzamelen en ordenen van de verkregen gegevens.
Voor mij was dat de basis voor de opbouw van mijn boek,waarin ook staat vermeld wat mijn vrouw heeft ervaren.
Mijn Singaporese vrouw kon dat niet zelf door gemis aan onderwijs in haar geboorteland sinds 1942.
Ik schreef op wat zij mij vertelde en werkte dat later uit op mijn Personal Computer met WORD in eenvoudige zinnen.
Dat programma WORD schoot mij wel professioneel te hulp bij het opstellen van eenvoudige tekst.
Zo werkt professionaliteit mooi samen met eenvoud,tenzij het professionele programma het laat afweten.
In dat geval kan ik mijn eenvoudige teksten niet verwerken zoals het gewenst is.           
Dat schiet dus niets op. Wat ben ik dan blij dat ik geen hoogstaande taal-stijl heb geleerd.
Dat zou een flop worden op programma-fouten.
Dat is dan nog erger dan bij eenvoudige taal,waarmee ik geen Plat Haags bedoel,welke ik wel kan spreken.
Helaas kan ik die taal niet schrijven,hetgeen ik ook met humor vermeld,waarover velen in de lach schieten.
Dat geldt ook voor het zogeheten Deftig Haags uit de dure buurten. Beide varianten wil ik niet leren schrijven.
Als geboren Hagenaar hou ik het toch liever op eenvoudige nette taal voor het schrijven van teksten.
In 2015 was ik bijna 76 jaar en kampte ik al met medische ervaringen.
Daardoor leek studie bij de Schrijversacademie echt zinloos. Nu lijkt het ook nog zinloos. Graag behoud ik de eenvoud.

                    Hoofdstuk 28.

                 Geloofsvertrouwen.

Die eenvoud hou ik vast door Geloofsvertrouwen in de Hemelse Vader die Aard en Hemel schiep.
Zo ontstond mijn Persoonlijk Getuigenis.

                               Mijn Getuigenis.

Allereerst geef ik de Eer en Dank aan God de Vader. Mijn hulp komt van Hem die Aard en Hemel schiep.
Ik dank God voor het nieuwe levensjaar dat Hij mij gaf. Hij hielp mij door alle medische ervaringen heen.
Alleen met Zijn hulp kon ik 80 jaar worden. Dat gebeurde op 24-11-2019.
Gedurende mijn jeugdjaren werd echter ingeschat dat ik niet eens 30 jaar zou worden. Ik leef echter nog.
Of ik de 80 mag halen heeft God al Besloten. Inmiddels heb ik die leeftijd behaald op 24-11-2019.
Op Hem vertrouw ik en God weet dat. Hij kent mij.
Met God ga ik verder om te handelen naar Zijn Heilige Wil,waarbij Hij zelf helpt met Zijn Heilige Geest.
Daardoor krijg ik de inspiratie om te doen wat Hij wil. Gelukkig mag ik Hem mijn vragen stellen.
Dat mag ik ook met u samen doen en is veel krachtiger.
Het is toch heerlijk als God zelf ons helpt aan hem te gehoorzamen?  Ik ervaar dat zelf in vertrouwen. U ook?
In dat vertrouwen ga ik door met diverse activiteiten,waaronder mijn hobbies en andere interesses.

                         Fietsen.

Ik fiets graag op mijn 3-wieler met electrisch trap-ondersteuning in verband met evenwichtsprobleem.
Die fiets heb ik in bruikleen van Wet Maatschappelijke Ordening WMO en dat bevalt mij prima.
Zo doe ik mijn boodschappen en ga ermee op zondag naar de samenkomsten van het Leger des Heils.
Dat is in Zoetermeer in de wijk Rokkeveen.
Ik doe dat alleen in de lente en zomermaanden bij echt mooi droog zomerweer.

                     Hoofdstuk 29.

        Verhuispogingen binnen Zoetermeer.

Zodra onze dochter op zichzelf ging wonen met haar man, werd het tijd voor Anna en mij om te verhuizen.
De eengezinswoning werd voor ons veel te groot
Wij keken dus uit naar een kleinere woning van drie kamers. Dat zou voor ons tweetjes wel genoeg zijn.
Wij begepen en vernamen dat een benedenhuis te duur zou worden en de wachtlijst te lang.
Daarom dachten wij aan wonen op een eerste,tweede of derde etage. Wij stonden al wel ingeschreven.
Onze dochter en schoonzoon kochten later een woning in het oude dorps deel van Zoetermeer.
Dat was bij de Korenmolen en dichtbij de dorpsstraat.
Met Anna wilde ik daar ook wel wonen of bij het Stadshart,maar dat lukte helaas niet.
Toch hebben Anna en ik menige woning van binnen bekeken,maar wij haakten af op enkele punten.
Er was geen geschikte rijwielstalling voor mijn driewielige fiets van WMO in bruikleen.
Volgens WMO is er voor mijn driewieler wel een droge stalling nodig om ook de fiets te kunnen keren.
Ook had Anna moeite met inductie-koken wat wel veiliger is, maar ik wou Anna niet dwingen.
Dat zou beslist averechts werken, wat ik niet wil.
Alle pogingen faalden ondanks hulp en tips van de seniorenmakelaar bij Vidomes.
Dit ook ondanks dat wij een eengezinswoning konden aanbieden wat Vidomes wist.
Zo zijn wij jaren bezig geweest zonder resultaat tot op 27-01-2018 toen Anna onverwachts overleed.
Ik bleef toen alleen achter in die eengezinswoning, totdat ik op 15-10-2018 van de trap viel.
Ik bleef naar mijn schatting ongeveer drie minuten bewusteloos op de grond liggen en werd toch wakker.
Ik belde zelf 112 en de ambulance was snel paraat.
Toen ik in het ziekenhuis lag voor onderzoek werd mijn dochter gebeld door een arts.
Uiteraard schrok zij vreselijk en kwam mij ophalen
Zij was blij dat ik nog leefde zonder breuken en eventuele hersenschade volgens onderzoek.
Na overlijden van Anna was onze dochter bang dat ook haar vader zou overlijden. Daar wacht zij niet op.
Wel mailde zij naar de seniorenmakelaar over mijn val en kreeg een tip,die mijn dochter probeerde.
Het werkte ook nog,want zij kreeg de melding dat er In De Morgenster een appartement beschikbaar was
gekomen waar ik kon wonen op de tweede etage. Ik woon er nu sinds 02-02-2019 en het bevalt prima.
Mijn dochter en kleinzoon wonen in de buurt op loop afstand.  Erg makkelijk.
Daar kreeg ik ook plek in de fietsenstalling voor mijn driewielige fiets met electrische trap ondersteuning.
Helaas is dit wonen zonder mijn lieve Anna.
Zij zou hier ook graag willen wonen,want het is op loop afstand van de Dorpsstraat te Zoetermeer.
Nu kon het wel zonder wachtlijst omdat ik een ééngezinswoning achter liet. Nu kwam die woning vrij.
Ik hoef niet meer de trap af want er is een lift. Voor mij is dat als senior patiënt wel veiliger.
            
                    Hoofdstuk 30

          Meer medische ervaringen.

Mijn medische ervaringen staan deels al beschreven In het eerste hoofdstuk van deze blog.
Toen ik voor het eerst in Zoetermeer kwam wonen kwamen er helaas meer andere ervaringen bij.
Die waren helaas ook van medische aard, zoals mijn Hart met vier By-passes en rug met twee fracturen.
Ook werd ontdekt dat ik Astma had opgelopen. Dat was in 2009.
Elke ochtend is het dus tien haaltjes uit het pijpje zuigen voor betere ademhaling.
Die Astma wordt wel gecontroleerd door de verpleegkundige in het huisartsencentrum in de Dorpsstraat.
In april 2019 kreeg ik onverwachts last van mannenstemmen die ik niet ken en niet zie.
Ik werd verwezen naar de Geriater in het ziekenhuis in verband met mijn leeftijd. Helaas Hallucinaties.
Zij schreef mij een medicijn voor die helaas eerder een bijverschijnsel leverde die ik liever niet noem.
Van de Geriater mocht ik er mee stoppen,want dat was nooit de bedoeling van dat medicijn.
Zij schreef een ander medicijn voor dat nu blijkbaar wel langzamerhand werkt,want het wordt nu minder.
Ik juich echter niet te vroeg maar blijf die medicijnen voorlopig innemen om te ervaren of het echt helpt.
Hopelijk raak ik die hallucinaties dan ook echt kwijt.
Wat heb ik er aan om stemmen te horen van mannen die ik niet ken of zie. Dat schiet niets op.
Het is eerder zeer irritant om te ervaren en beneemt ook nog mijn nachtrust,wat niet zo hoort.
Hopelijk kan dit nieuwe medicijn mij bevrijden van die hinderlijke hallucinaties. Liefst voor eeuwig.
Dit is echt een zeer hinderlijke ervaring,die ik maar al te graag kwijt raak. Het zit alleen in de weg.
Over twee maanden weet ik meer van de Geriater. Zij vertelt mij dan wat er verder nog nodig zal zijn.
Nu dien ik dus geduld te oefenen met ervaring of  het medicijn echt blijkt te werken. Dat zou fijn zijn.
Zelf heb ik het vermoeden dat dit toch de late nawerking kan zijn van die valpartij op 15-10-1984.
Toen viel ik onverwachts van de trap in die eengezinswoning,wat ik eerder beschreef.
Hopelijk kan de Geriater mijn vermoeden wel bevestigen.

                      Hoofdstuk 31.
         Natuur en Tuinen te Zoetermeer.
          
Serie langs fietspad Aziëweg
        (Wijk Noordhove naar het Stadshart)

Park nabij de wijk Noordhove.

Sloten in wijk Seghwaert.

Winter in wijk Noordhove waar ik woonde.

Er was toen nog sneeuwpret in de buurt.

      Foto’s gemaakt met Olympus X-42

Het gaat hier om de foto’s in hoofdstuk 31

Hiermee kan ik ook wel filmpjes maken.
Ik kan deze camera ook gewoon opladen met
oplaadbare GP batterijen.

Met een kabeltje van camera naar de PC kan ik de gemaakte foto’s en filmpjes opslaan in mijn PC.
Filmpjes kan ik in mijn PC aan elkaar plakken met een programma voor dat doel. Dat deed ik nog niet.
Ik heb daarmee geen haast. Dat komt later wel.
De winterfoto’s in hoofdstuk 31 maakte ik met de Samsung Galaxy A6. Dat is mijn Smartphone.
Ook filmpjes maken is daarmee mogelijk evenals geluid toevoegen. Ik neem ze mee op de Fiets.
Dat doe ik alleen bij zonnig droog weer om ze wisselend te gebruiken wat ik momenteel niet doe.
Huidige omstandigheden laten dat voorlopig niet toe. Ik merk wel wanneer het wel kan en wacht af.
Helaas kan ik geen foto’s of films maken tijdens het fietsen,ook al zit ik op de driewieler.
Ik kan niet sturen en tegelijk de camera bedienen.
Dat zou vragen om ongelukken,maar misschien kan ik de camera op de klep van mijn pet plaatsen­čśŐ))
Dan nog wordt het lastig bedienen,aangezien deze getoonde camera niet automatisch fotografeert.
Ook niet als ik die camera op mijn stuur zou kunnen vastzetten. Voor films kan dat wel wegens beweging.
Voor Foto’s zou dat slecht beeld geven tijdens het fietsen. Voor foto’s zou ik van mijn fiets stappen.
Ik kan ook de driewielige fiets stoppen en er op blijven zitten om de foto te maken.Dat is dan wel mijn keuze.
Voor het filmen kan ik de camera wel op het stuur vastzetten met een hulpmiddeltje uit een fotozaak.
Filmen geeft immers bewegend beeld voor onderweg tijdens het fietsen. Wel is het kaartje snel vol.
Ik kies echter wel mijn favoriete onderwerpen en niet alles wat ik zie. Vooral de Natuur heeft mijn voorkeur.
Hiermee bedoel ik Parken,Bossen,Weilanden met wat daar leeft en groeit. Dat boeit mij het eerst.
Ook de diverse architectuur van vakantiehuisjes vind ik erg leuk om te zien en niet te vergeten.
Soms ziet dat er leuk en speels uit wat die architecten ervan hebben gemaakt. Juist die variaties zijn leuk.
Niet als ze lijken op vierkante kantoorblokken. Ik zou dat nooit huren voor vacantieverblijf.
Veel eerder kies ik voor een leuke speelse bungalow.
Dat ziet er voor mij wel vrolijker uit dan een stijf kantoor blok dat teveel commercie uitstraalt. Dat is mijn visie.
Voor de fotografie kies ik graag voor de bungalowstijl.
Dat ziet er tenminste wel vrolijker uit om daarin een vakantie te ervaren. Speelse architectuur is leuk.
Ik fiets graag door de Dorpsstraat en de drie Stationsstraten van Zoetermeer. Diverse bouwstijlen.
Dat zie ik erg graag door die afwisseling, wat mooi is voor de fotografie of het filmen,dan wel beiden.
Leuk om te kiezen. Helaas hiervan geen opnamen. Zo handig was ik nog niet. Wie weet wanneer wel.
Ik wacht eerst op geschikt zomerweer in 2020.

Hoofdstuk 33.

      Mijn ervaring met het Coronavirus. In 2020

Bij mij blijkt dit een stevige aanhoudende verkoudheid te zijn,dus ik blijf thuis als senior van 80 jaar.
Ik ben immers ook Hart en Astmapatiënt en kan dus snel het slachtoffer worden van dat virus.
Uiteraard hou ik de eventuele bezoekers op de juiste afstand zoals dat werd geadviseerd.
Verder krijg ik wel telefonische contacten en kan ik ook mailen naar vele relaties. Dat gaat prima.
Ik lig dus niet hele dagen in bed. Dat zou vervelen. Wel is mijn jongste broer overleden aan Corona.  April 2020.
Zelf werd ik geen Corona slachtoffer en in 2021 bleef dit zo,want ik mis de symptomen volgens de huisarts
Het schrijven is een prima afleiding evenals mijn maaltijd in de magnetron stoppen voor 6 of 7 minuutjes.
Mijn dochter koopt die maaltijden in de supermarkt en bezorgd het aan de deur.  Zo kan ik thuisblijven.

                                                                         Hoofdstuk 34.

                                                                 Mijn geliefde maaltijden.

Ik eet graag stamppotten Zuurkool en Boerenkool. Allebei met Rookworst en wat spekjes.
Ook eet ik graag Lasagne Bolognese. Macaroni Bolognese.Macaroni met ham en kaas.
Spinazie met Gordon Bleu en aardappelpuree, Babi Pangang met Nasi Goreng.
Dat is allemaal voor de warme maaltijden.Mijn ontbijt bestaat uit lichtbruin brood met jam of kaas.
Liefst oude kaas of oude geitenkaas.Hierbij drink ik wel koffie. Daarna gebruik ik Nutridrink (vanille/citroen)
Voor de lunch eet ik wel poffertjes of een worstje uit de magnetron met een sneetje brood.
Daarna weer Nutridrink ( Perzik) Na de warme maaltijd drink ik Nutridrink (Frambozen)
Soms voeg ik er 2 mandarijnen aan toe.
Helaas hierbij geen foto`s,want ik vergat die foto’s te maken door het gauw schoonmaken van vaten.
Dit is wat ik er over kan vertellen. Ook eet ik graag aardbeien en bosvruchten.
Ik at ook wel minneola’s vanwege het heerlijke sap. Helaas kreeg ik in 2020 te maken met Diabetes 2.
Dat betekent dus aanpassen van voedselpakket. Er wordt wel aan gewerkt met medische begeleiding en medicijn.
Dat hielp goed. Het medicijn is niet meer nodig en ik onthou mijzelf van alle zoetigheid. Dat lukt goed.

                                                               Hoofdstuk 35.
                                                            Nadelen van Astma.

Door de Astma ben ik van zang af net als dat kan gebeuren met Kanaries. Erg jammer.
Vroeger was ik een hese bariton volgens de koordirigent die mijn stem hoorde.
Voor zwemmen mis ik ook de nodige lucht om goed te kunnen ademhalen.
Het is niet leuk om niet meer te kunnen zingen en zwemmen,wat ik allebei graag deed.
Dat was echt ook een leuke ervaring. In een eerder hoofdstuk zag u mijn 2 zwemmedailles afgebeeld.
Dat was van de zwemvierdaagse in Den Haag.
Helaas zal mij dat niet meer lukken op mijn oude dag,anders doe ik het nu in Zoetermeer.
Uiteraard na flinke training. Hierbij grijns ik nu.
Het was heerlijk om vier dagen lang dagelijks die vijfhonderd meter te kunnen zwemmen.
Ik vond dat een heel rijke ervaring.
Ook zingen in koor met orkest in de kerk,zoals ik dit eerder beschreef. Nu kan dat niet meer.
Voor mij is dit afgelopen door de Astma.
Ik wou dat toch wel bekend maken,want heel misschien kunnen lezers dit herkennen.     

     Hoofdstuk 36   Mijn meest recente ervaring.

In Januari 2021 kreeg ik na onderzoek door de Geriater helaas een trieste Diagnose te lezen.
Ik bleek Lewy Body Dementie te hebben,maar wel in lichte mate zoals ik dat nu nog ervaar.
Volgens de Diagnose heb ik de symptomen van Alzheimer en Parkinson.
Mijn vergeetachtigheid wijst op Alzheimer. Ik heb licht bevende handen dat wijst op Parkinson.
De Lewy Body’s zitten al in de zenuwcellen van mijn hersenen volgens de Diagnose.
Ik weet nog niet hoe zich dit verder gaat ontwikkelen en hoe snel dit gaat verergeren tot die Dementie.
Wel weet ik dat na Dementie mijn overlijden zal volgen. Dat gebeurt ook bij andere patiënten zover ik dat weet.
Van de Geriater vernam ik dat er nog geen behandelplan voor bestaat. Zij nodigt mij wel uit voor gesprek.
Dat is dan een halfjaar later en ondertussen krijg ik nog wel 2 vaccinprikken in maart en april 2021.
Intussen kreeg ik op zaterdag 13-03-2021 de 1e vaccinprik. PfizerB. Hiervan ondervond ik geen bijwerking.
Het is dan wel daarna ervaren of ik last krijg van de eventuele bijwerking en in welke mate.
Zo hoop ik in november 2021 toch nog 82 jaar te worden ondanks deze medische ervaringen.
Dit wou ik wel als laatste informatie op deze blog kwijt.

Hoofdstuk 37. Activiteiten plannen.

Ik realiseer mij dat ik nog heel veel in orde wil krijgen om het handig te kunnen gebruiken.
Het gaat dan om mijn smartphone die nog niet handig staat ingesteld.
Hierover neem ik contact op via Facebook bij Samsung waarvan ik de Galaxy A6 gebruik.
Dat is mijn voorlopige planning waarbij ik wel rekening hou met onderbrekingen.
Helaas gaat 1 van die onderbrekingen over terugkerend gehoorverlies door verstopping.
Dat wordt dan wel uitgespoten maar komt helaas steeds terug bij het ouder worden.
Ik hou er rekening mee dat het uitspuiten op den duur niet meer zal helpen.
De gevolgen hoef ik niet te raden en weet ik haast wel zeker waarop ik mij zal voorbereiden.
Daarbij zal ik de juiste artsen raadplegen en de verpleegkundigen op dit gebied.
Voor mij betekent dit enorm veel aanpassen zover als dit mogelijk blijkt te zijn.
Als ik dus in de nabije toekomst niets meer kan horen en verstaan is alleen schrijven mogelijk.
Daarop zal ik mij steeds meer trainen met de  eventuele deskundige hulp van vrijwilligers.
Ik leer te leven met mijn medische ervaringen. Er is geen andere keuze mogelijk. Mijn besef.

U ziet hier mijn uitzicht vanuit mijn appartement.
Dit balkon is de enige nooduitgang voor mij waar
ik heen kan bij brand.Ik kan niet vluchten met de lift.
Dat wordt altijd afgeraden,want dat is Gevaarlijk.
Alleen de hoogwerker van de brandweer kan mij dan
van het balkon af halen met misschien ook mijn opklap-
bare rollator.
Die rollator heb ik nodig i.v.m.mijn gemis aan voldoende
evenwicht.
Voor mij is dit de enige optie om te ontsnappen als er in
deze flat brand uitbreekt. Sneller kan niet.

                                Hoofdstuk 38 Resultaten Medisch onderzoek in 2021.
Ik heb nu andere medische ervaringen na nieuw onderzoek door de Geriater waarbij de Lewy Body Dementie verviel.
Dit vernam ik in november 2021,maar ik ervaar nog wel het lichte beven van mijn handen waaruit ik vaak wat laat vallen.
Helaas ben ik hiertegen niet opgewassen,maar probeer het wel te beheersen voor zover mij dat mag lukken.
Niets proberen lost niets op en hierbij komen dan weer nieuwe ervaringen met mijn ogen en rug.
Voor mijn ogen begon ik NaStaar te ervaren waartoe ik bij de oogarts kwam voor onderzoek en het bleek slechter te zijn.
Zij schreef mij een bril voor met andere glassterkte en dagelijks worden mijn ogen gedruppeld door
verpleegkundigen van de Vierstroom thuiszorg.

Ik kan het niet zelf doen. Met licht bevende handen gaat dat fout.
Bij dit druppelen werden ook speciale vitaminen voorgeschreven met de dosis van 2 pillen per dag bij ontbijt en warme maaltijd.
Voor mijn rug werd Bot-ontkalking ontdekt,waartoe 1 tablet van Alendroninezuur werd voor-geschreven per week.
Na inname mag ik niet meer liggen en ik dien het staande of zittende in te nemen met veel water en een half uur wachten.
Daarna mag ik pas ontbijten op elke vrijdag--ochtend.
Alendroninezuur remt de bot-afbraak,dus ik neem het graag in.

Verder kreeg ik op Zondagmiddag 12-12-2021 de derde vaccinatie (Boost(er) tegen Corona voor de nodige bescherming. Op 23-03-2022 ontving ik weer een Boost(er)
Hierbij zorg ik zelf wel voor de nodige beweging door wandelen en fietsen om niet te verstijven.
Ook tegen vermoeidheid.

                            Hoofstuk 39 Sensoren toepassen voor Medisch Resultaat

Vanwege tekort aan verpleegkundigen voor de thuiszorg van de Vierstroom kreeg ik een vraag.
Dat ging over toestaan van sensoren in mijn appartement om mijn bewegingen te registreren.
Dat gaat zonder camera’s vanwege de privacy.
Ik vernam dat die registratie binnenkomt bij de Vierstroom vanuit Mobile Care.
Wat daar wordt gelezen over mijn bewegingen is voor de verpleegkundige een seintje om mij
te bezoeken als het mis dreigt te gaan met mij.
Zo kan tijdig worden ingegrepen om erger te kunnen voorkomen. Sensoren werken preventief.
In mijn appartement zijn daarom sensoren geplaatst in de woonkamer,op de koelkast, bij de voordeur en op toilet.
Zo ben ik goed te volgen.

Dit is het sensormodel waarvan er sommigen al zijn geïnstalleerd en later volgt er nog zo een in de zijkamer voor de bewegingen die ik daar maak bij het laden van de accu voor mijn fiets.
Zo kunnen de verpleegkundigen dat ook volgen.
Er volgen nog 3 sensoren voor de doucheruimte,zijkamer en in bed. Zo wordt mijn slapen gevolgd. Dat gaat bij mij niet helemaal goed i.v.m.mijn rug.
Het resultaat van de sensor gaat ook naar de Geriater voor nadere informatie.
Zij bekijkt dat bij gebruik van Alendroninezuur wat zij voorschreef.
Inderdaad slaapt dat niet lekker bij het ouder worden op mijn huidige leeftijd van 82 jaar.
Die sensor in mijn bed registreert mijn “woelen”van de ene kant naar de andere kant en in het midden van mijn bed.

Deze sensor wordt aan mijn bed bevestigd om na te gaan of ik wel rustig slaap i.p.v. het woelen in bed.
Dat heeft te maken met wat ik voel in mijn rug.
Juist ook na gebruik van Alendroninezuur om de bot-afbraak in mijn rug te remmen. Dat was ontdekt op de scan van mijn rug.Dit is vermoeiend.
De registratie wordt gezien door een verpleegkundige van de Vierstroom en bezoekt mij.
Eventueel met een huisarts of specialist om te voorkomen dat het erger kan worden.
Ook deze sensor werkt dus preventief, want de verpleegkundige hoeft er dan niet constant bij te blijven. Alleen als het nodig is.
Zo kan ik thuisblijven bij het ouder worden en toch naar buiten voor wandelen of fietsen.
Om buiten te zijn voor wandelen of fietsen krijg ik een Zorghorloge met alarm en stappenteller.

Zo kunnen verpleegkundigen mij in de gaten houden wat telefonisch werkt.
Dat wordt mij en mijn dochter(mantelzorg) wel uitgelegd op 15-04-2022 door een medewerker van Mobile Care
die de sensoren instelt. Het zorghorloge werkt ook op een sensor en wordt met een kabeltje opgeladen.
Dat zal nog gebeuren waarna ik veilig mijn gang kan gaan maar wel medisch in de gaten wordt gehouden voor alle zekerheid. Dat geeft mijn dochter ook rust om te weten dat haar vader in de gaten wordt gehouden.
De verpleegkundigen hoeven dan alleen maar die registraties te volgen om te weten of er iets fout gaat met mij en
waar dat gebeurt. Dan zullen zij snel ter plekke zijn voor de nodige assistentie. Het wordt dus leven met sensoren.
Dat is preventief leven en veiliger.

Dit is het zorghorloge ofwel de lifewatcher en voorlopig zonder vermelding van tijd.
Dit wordt ingesteld op 20-04-2022 door een installateur van Mobile Care.
Ik zal dit horloge gebruiken bij wandelen achter mijn rollator en 3-wielige fiets.
Dat is voor de registratie van de nodige beweging.
Dat doet de sensor in het horloge,zodat verpleegkundigen kunnen zien waar ik ben. Het is op te laden met een kabeltje en werkt met een magnetisch stekkertje
achter op het horloge. 2 uur laden voor 4 of 5 dagen gebruik.
Zo kan de dichtst bijzijnde hulpverlener ingrijpen als het mis gaat met mij.
Het horloge bevat ook alarmfunctie om te waarschuwen.
Op 20-04-2022 zal ik er meer over weten.

Dat geldt ook voor mijn dochter die de mantelzorg heeft voor mij. Zij krijgt ook die info.
Die info staat op een App die mijn dochter op haar smartphone kan downloaden.
Zij kan haar vader op deze wijze goed in de gaten houden met telefoon contact.
Dat geldt ook voor de verpleegkundigen en de artsen,die mij dan ook kunnen volgen.
Voor mij wordt dat wel een nieuwe belevenis,welke ik graag doorsta voor mijn veiligheid in medische zin.
Dat is beslist de moeite waard.

        Hoofdstuk 40. Mijn Appartement                           Dit is mijn schrijfhoek in mijn appartement op de Nassaulaan te Zoetermeer. Dichtbij het raam.
Ik kan dus buiten heel veel zien en mijn genode gasten aan zien komen.
Ik woon er op de 2e etage en kan met de lift naar beneden om de post op te halen of om mijn fiets te pakken uit de stalling. Dat is wel makkelijk en ben er dik tevreden mee.
Dit is bedoeld tot aan mijn levenseinde,want ik bewoon 1 van de seniorenwoningen in het gebouw De Morgenster.
Het is loop afstand van de Dorpsstraat te Zoetermeer.
Ik woon er met plezier en rustig tot mijn levenseinde.
Binnenkort toon ik foto's van de omgeving waar ik ook  graag fietsritjes  maak voor de nodige beweging.

                                                                      Hoofdstuk 41.Wie kent deze Haagse man?

Helaas kan ik zijn voornaam onder op deze oude foto niet goed lezen.
Wel zijn familienaam Pieters.
Hij woonde in Den Haag in de Zusterstraat,zoals onder op de foto staat vermeld.

Ik trof deze foto aan in de collectie van mijn ouders en weet niet welk contact er was met deze man. Misschien een fotograaf?
Of wellicht was hij gehuwd met iemand uit mijn voorouders.
Ik hou er rekening mee dat deze foto wel veel waarde had voor mijn ouders om hun bepaalde redenen.
Als hij aangehuwd zou zijn,dan hoort hij ook in mijn Familiegeschiedenis thuis.
Voorlopig bewaar ik die foto wel degelijk.
Deze foto zat niet voor niets in de collectie van mijn ouders.
Het heeft blijkbaar wel betekenis.

                                                       Hoofdstuk 42. Mijn stambomen in groter formaat.

U ziet hier de stambomen van mijn ouders.
Hopelijk kunt u deze afbeeldingen vergroten door er op te klikken zodra dit deel is te zien.
De bovenste Sierstamboom is van mijn vader.
Hiernaast staat die van mijn moeder te zien.
De stamboomwaaier is van mijn vader en later
komt ook een waaier bij van mijn moeder.
Hopelijk lukt het om deze afbeeldingen te vergroten voor meer duidelijkheid.
Voor mij is dit niet meer dan een poging om te zien of het werkt. Zo niet,dan corrigeer ik het.

                                          Hoofdstuk 43.Voorlopige planning van activiteiten
Hierbij gaat het om tijdverdeling tussen schrijven en bewegingssporten.
Die bewegingssporten bestaan voor mij uit Fietsen,Zwemmen en Wandelen.
Fietsen en wandelen doe ik al en nu komt het Zwemmen er wellicht ook bij.
Voor dat Zwemmen wacht ik eerst op medische goedkeuring van een Arts en Verpleegkundige die mij adviseren.
Hierover zal ik graag mijn ervaringen op mijn blog beschrijven.
Het zwemmen zal maar eenmaal per 2 weken gebeuren. Dat is wel genoeg.
Ik doe dat afwisselend met Fietsen en Wandelen waarover ik schrijf op de blog.
Met zwemmen kan ik pas beginnen op 2 september 2022. Meer nieuws volgt zo snel mogelijk.
Voor zover mogelijk worden ook foto's of een videofilmpje van mij gemaakt bij fietsen,wandelen en zwemmen.
Dit ben ik voorlopig aan het voorbereiden en ik hoop dat dit slaagt. Ik ben er mee bezig.

                                                    Hoofdstuk 44.         
                                          Ik schreef ook een boek                                                                                           

Enige jaartjes terug schreef ik een boek over de “Levenservaringen van Anna en Anton Doove”.
Het eerste deel gaat over de ervaringen van Anna op Singapore waar zij is geboren in 1942.
Zij heeft sinds haar geboorte nooit onderwijs gehad in lezen en schrijven.
Daarom heeft zij mij alles verteld toen zij bij mij in Zoetermeer woonde.
Ik heb alles voor haar opgeschreven wat zij mij vertelde en ik checkte met haar of het klopte.
Volgens Anna heb ik haar goed begrepen en de tekst goed geschreven. Zij was tevreden.
In haar tekst verwijst zij naar mijn deel in het boek en haar ontmoeting met mij op Singapore.
Het tweede deel gaat over mijn levenservaringen in Den Haag en later in Zoetermeer.
Nu in dit deel gaat het o.a.ook over ons burgerlijk huwelijk in GreatBritain en de Huwelijksinzegening in Den Haag.
Tevens vermeld ik mijn medische ervaringen sinds mijn geboorte in 1939 met de ellendige gevolgen.
Dat zal altijd bij mij blijven tot mijn levenseinde. Hieronder ziet u de cover van het boek en waar u het kunt bestellen.
Het wordt geprint na bestelling en per post verzonden naar uw adres.